zaterdag 9 februari 2013
trauma
Het is zeven maanden geleden dat we brand hebben gehad. Zeven maanden waarin we een boel over ons heen kregen aan regelwerk. Al deze tijd bestond ons leven uit de brand en de gevolgschade daarvan. Tijd voor iets anders was er bijna niet. En zelfs nu is nog niet alles afgehandeld.
De boosheid die ik tijdens de brand voelde is onderhand weggeëbt maar de angst, de machteloosheid en het verdriet die ik al die tijd niet kon voelen komen nu los. Zo onwerkelijk als de werkelijkheid zeven maanden lang voelde, zo echt is het nu. Klassiek gevalletje traumaverwerking zullen we maar denken. Ik zal er doorheen moeten.
Conclusie
Het is zondagmiddag. Jasper en Karsten hebben een wedstrijdje gereden op de manege. Ik beschik die dag niet over de auto dus we gaan met de stadsbus naar huis. Als we in de bus zitten zie ik dat de busroute langs het huis komt waar Paul en ik hebben samengewoond. Ik vertel dit aan de jongens.
Karsten is meteen geïnteresseerd en wil van alles weten over het huis en die periode. Hij vraagt waarom we zijn verhuisd. Ik vertel dat het een mooi huis was maar dat het maar 2 slaapkamers had. Een heel grote en een kleintje. Karsten knikt wijs. Dan zijn we vast verhuisd omdat er niet genoeg kamers waren voor 3 kinderen. Ik vertel hem dat we nog geen kinderen hadden toen we daar woonden. Weer denkt hij het te snappen. We zijn dus verhuisd omdat ik zwanger was. Weer heeft hij geen gelijk. Hoewel ik wel zwanger was toen we verhuisden hadden we eerst een ander huis gekocht en toen pas besloten dat we een kindje wilden. Ik had het geluk snel zwanger te zijn.
Karsten kijkt nadenkend en vraagt:”Jullie wilden toen dus wel graag een kindje. Wilden jullie er ook wel drie?” Ik kijk mijn derde zoon aan en zie dat ik geen grapje moet maken, het antwoord is voor hem belangrijk. “Ja lieverd, we wilden dolgraag drie kinderen.”
Nu mengt Jasper zich in het gesprek: “Dus jullie wilden drie kindjes? En toen niet meer kindjes?” “Nee schat, papa en mama vinden drie kinderen genoeg.””O, dus jullie gaan altijd meteen slapen als jullie naar bed gaan.” zegt hij voldaan. Ik heb hem maar niet tegengesproken.
Googlefratsen
twee of drie jaar geleden wilde mijn oudste zoon graag op hyves. Om een hyve aan te maken had hij een emailadres nodig. Zelf had ik al een tijdje een emailaccount bij Gmail en dit beviel me goed. Weinig tot geen spam en makkelijk toegankelijk zodat ik eenvoudig een oogje op mijn zoons activiteiten kon houden. Ik koos er dus voor ook voor hem een emailaccount aan te maken bij Gmail.
Tijdens het aanmaken van een account moet je altijd een hele rits gegevens invullen, waaronder een geboortedatum. Naar eer en geweten vulde ik de geboortedatum van mijn zoon in. Ik las de voorwaarden door, klikte op akkoord en zoonlief had een emailaccount.
Eergisteren vroeg mijn zoon of ik eens wilde kijken naar zijn netbook want zijn email deed het niet. Ik stuurde een testmail en inderdaad deze kwam niet binnen. Om te controleren of mijn mail goed verstuurd was wilde ik zijn internetmailbox openen en toen was er plots een grote verrassing. De toegang werd geweigerd omdat mijn zoon nog geen 16 was. Tenzij hij kan bewijzen dat hij toch 16 is wordt zijn account over enkele dagen verwijderd.
In de voorwaarden staat inderdaad dat je oud genoeg moet zijn om een contract te mogen afsluiten maar wat mij frappeert is dat men er nu al achter is dat deze jongen 12 is. Omdat het al een tijd geleden is kan ik mij ook niet meer herinneren of ik toen der tijd via een email toestemming heb moeten geven om zijn account te activeren omdat hijzelf niet oud genoeg was om een contract aan te gaan.
Kortom, ze hebben gelijk maar ik verbaas me toch een klein beetje over de manier waarop ze hier mee omgaan. Nu maar gauw op zoek naar een mailprovider die wel een emailaccount wil verstrekken aan iemand die niet over zijn leeftijd liegt.
H
Henna: natuurlijk haarkleurmiddel
Haar: doelwit van henna
Handschoenen: bescherming voor de handen
Handschoenen vergeten aan te trekken: knaloranje handen
Fröbelkoorts
Ik heb al jarenlang een ernstige vorm van fröbelkoorts. Ik krijg de kriebels als ik zelfgemaakte kaarten zie. Ik wil meteen ook beginnen als ik door iemand zelfgemaakte sieraden zie. Als ik een zelfgebreide trui zie wil ik naar de winkel rennen om breipennen en wol te kopen. In gedachten zie ik mezelf al helemaal intensief bezig zijn met een waar kunstwerk. In mijn gedachten schilder ik dat het een lieve lust is, ik brei de ene trui na de andere, natuurlijk met de mooiste en meest ingewikkelde patronen en de sieraden die ik maak zijn zo'n lust voor het oog dat iedereen ze wil hebben.
Helaas is zoals wel vaker de werkelijkheid net een beetje anders. Ik heb voor het betere knutsel- en fröbelwerk niet de juiste genen meegekregen. Ik kan geen geduld opbrengen voor priegelwerk met kleine onderdeeltjes. Tijdens het breien vind er ergens in mijn hersenen een kortsluiting plaats waardoor 100 steken de ene keer 50 cm breed is en de volgende keer maar 35 cm en laten we het maar niet hebben over afgegleden steken en een pen recht die averecht had moeten zijn. Tijdens het kaarten maken snijdt het papier mij vaker dan ik het papier en dat wat er op papier terecht komt als ik teken lijkt in de verste verte niet op dat wat ik in mijn hoofd heb.
Nee mijn creativiteit moet het niet hebben van mijn fröbelkunsten. Gelukkig is dat niet de enige manier om creatief te zijn.
De Verzamelaar
Onze afgebrande schuur heette in onze vriendenkring ‘Pandora’s doos’. Het ding was afgeladen vol met spullen die Paul de moeite van het bewaren waard vond. En hij vond veel dingen het waard om te bewaren. Het was al bijna standaard bij onze vrienden. Als je iets nodig had, een schroefje, een spanbandje, een ringetje of een afdichtdopje, vroeg je eerst aan Paul of hij dat misschien in zijn bewaardoos had. Het goede aan de brand was dan ook wel dat de schuur eens flink is opgeruimd. Helaas voor mij is Paul een echte verzamelaar en begint hij al weer gestaag een aardige voorraad dingen die handig zijn om te hebben op te bouwen. Maar het kan altijd erger.
Onze jongste zoon heeft de bewaar- en verzamelgenen van zijn vader geërfd. Hij hanteert alleen iets andere criteria. Hij wil gewoon alles bewaren. In de loop der tijd heeft hij alle playmobil die wij hebben op zijn kamer verzameld, net zo als alle lego, alle Pokemonspullen en alle speelgoedauto’s. Hij is bezig met de kinderboeken uit de boekenkast naar zijn kamer te verplaatsen, neemt afgedankt speelgoed van zijn broers dankbaar in ontvangst en probeert alle lege verpakkingen te annexeren voor zijn keukentje. Het liefst wil hij dat we alle kassabonnen bewaren en aan hem geven. Hij neemt zakken vol met steentjes, schelpjes en takjes mee naar boven en hij confisqueert alle lege opruimbakken.
Het allermooiste aan zijn verzamelingen vindt Karsten het uitstallen van al zijn spullen. Je breekt dan ook geregeld je nek als je zijn kamer binnen stapt. En af en toe, als onze aandacht wat is verslapt, loopt het de spuigaten uit. Je kunt dan letterlijk geen voet meer zetten in zijn kamer. Helaas kan Karsten zelf dan ook niet meer opruimen. Er zit niets anders op dan er samen met hem voor te gaan zitten en de boel uitzoeken. Geen prettig karwei met iemand die niets weg kan doen.
Na het terugverhuizen na de brand waren we weer even wat minder alert en streng geweest. Het was nu een ware veldslag op zijn kamer. Voor ponykamp hadden we al wat pogingen gedaan hem te laten opruimen maar die waren allemaal uitgelopen op een nog grotere bende. Na veel tranen hebben we overlegd dat ik deze keer de boel zou opruimen maar dat er dan wel meteen een heleboel spullen van zijn kamer af gaan zodat het overzichtelijker wordt. Ik ben erg benieuwd wat onze verzamelaar van het resultaat gaat vinden.
stil
soms denk ik dat ik beter mijn mond had kunnen houden, vaak ook dat ik beter iets had kunnen uit spreken.
Abonneren op:
Posts (Atom)