In Terry Pratchet's schijfwereldreeks staat een prachtverklaring voor
inspiratie. Ideeën hangen als een wolk in de lucht en laten kleine
deeltjes los. Deze deeltjes vallen als druppels inspiratie naar beneden
alwaar ze terecht kunnen komen in de hoofden van bewoners van deze
wereld. Als dit gebeurt krijgen deze hoofden het idee te zien. Hiermee kan
worden verklaard waarom de boekdrukkunst op 3 verschillende plekken
tegelijk werd ontwikkeld.
En eigenlijk vind ik deze verklaring zo gek nog niet. Het gebeurt me heel
vaak dat ik met een idee rondloop over een blog, maar het afblaas omdat
ik tijdens het surfen al een blog tegenkom met een vrijwel gelijk
onderwerp.
Of dat ik vol bewondering een blog van iemand lees om 3 klikken later een blog tegen te komen wat er sprekend op lijkt.
Omdat de blogs die ik lees niet allemaal voor iedereen toegankelijk zijn
kan ik me hier erg over verbazen. Deze persoon zegt bijna hetzelfde als
mijn privevriend. En toch staan ze niet in elkaars vriendenlijst,dus ze
kunnen elkaar niet geïnspireerd of (negatiever) gekopieerd.
Maar niet alleen in mijn kleine wereldje gebeuren dat soort dingen.Ook in de grote buitenwereld komt het voor.De geschiedenis
heeft veel, heel veel voorbeelden. De boekdrukkunst is natuurlijk een van
de bekendste. Ongeveer tegelijkertijd ontwikkeld door een Nederlander en
een Duitser. Men is het er nog steeds niet helemaal uit wie de eer van
het uitvinden krijgt. Oke het grootste gedeelte van de westerse wereld
zou zeggen Gutenberg, maar "wij Nederlanders"denken toch dat het Laurens
Janszoon Coster is die deze titel zou moeten krijgen.Of anders toch de
vlaming Dick Martens.
Maar ook de telefonie van Bell is niet onomstreden van hem.Of de
electriciteit van Edison. Altijd al zijn meerdere mensen met gelijke
ontwikkelingen van gelijke ideeën bezig geweest.
Bijna alsof de tijd het idee laat ontstaan en het alleen nog maar hoeft worden ontdekt.
Ik vind het een prachtgedachte dat ideeën in de lucht hangen. Met
druppeltjes inspiratie om zijn aanwezigheid kenbaar te maken. Al wat we
hoeven doen is de inspiratiedeeltjes te ontvangen en gebruiken.
Het zou in ieder geval een zeer goede verklaring zijn voor mijn bij vlagen geniale invallen
donderdag 5 april 2012
Opruimmannetjes
Toen Middelste 5 was en we nog niet bezig waren met onderzoeken en
diagnoses e.d. heeft hij ooit eens verteld wat er allemaal in zijn hoofd
gebeurde.
We lagen samen in zijn bed de dag te bespreken en de volgende dag door te nemen. Zoals altijd lag hij met zijn rug naar me toe, babbelde ik en reageerde hij af en toe. Op een gegeven moment onderbrak hij me: Mam je moet nu maar weggaan want je maakt troep in mijn hoofd.
Ik had geen flauw idee wat hij bedoelde maar merkte direct dat het menens was. En dus ging ik.
Het maakte me wel heel erg nieuwsgierig. Hoe komt een kind van 5 erbij zoiets te zeggen? Wat gebeurt er dan toch allemaal in dat koppie?
Een paar dagen later lag ik weer tegen zijn rug aan te babbelen als hij zich omdraait en zegt:
-Mam,ik doe af en toe heel raar omdat ik zo'n troep in mijn hoofd heb.
-Heb je dat nu ook dan?
-Ja
-Kun je dat niet opruimen dan?
-Nee,want de opruimmannetjes rennen allemaal door elkaar omdat er overal troep is.
-En als jij dan die mannetjes verteld wat ze moeten opruimen?
-Dan stoppen ze alle stukjes van de camping in het hokje camping.En de stukjes school bij de stukjes school.
-Vertel ze dan maar dat ze moeten stoppen met rennen en gewoon al die stukjes moeten opruimen.
-Ja maar dat kan niet,want alles ligt door elkaar en ze weten niet welke stukjes bij elkaar horen en ze stoppen nu alle stukjes door mekaar in de hokjes
-Dan gaan we proberen ze eerst alle stukjes van school op te laten zoeken en die in het hokje school stoppen en dan alle stukjes camping en zo door tot alles opgeruimd is
-er blijft nu nog een heleboel over wat nergens bij hoort
-dan gooien we dat in de prullenbak.Lukt dat
-Ja,ze hebben nu alles opgeveegd,in de container gedaan en de vuilniswagen komt m al legen.
Natuurlijk was ik perplex. Hoe komt ie erbij! Stukjes en hokjes en opruimmannetjes en vervolgens ook nog even een vuilniswagen!!!!
Toen heb ik het maar voor raar maar waar aangenomen.
En nu, anderhalf jaar later kan ik alleen maar zeggen. Niemand had zijn stoornissen beter uit kunnen leggen als hij toen deed.
We lagen samen in zijn bed de dag te bespreken en de volgende dag door te nemen. Zoals altijd lag hij met zijn rug naar me toe, babbelde ik en reageerde hij af en toe. Op een gegeven moment onderbrak hij me: Mam je moet nu maar weggaan want je maakt troep in mijn hoofd.
Ik had geen flauw idee wat hij bedoelde maar merkte direct dat het menens was. En dus ging ik.
Het maakte me wel heel erg nieuwsgierig. Hoe komt een kind van 5 erbij zoiets te zeggen? Wat gebeurt er dan toch allemaal in dat koppie?
Een paar dagen later lag ik weer tegen zijn rug aan te babbelen als hij zich omdraait en zegt:
-Mam,ik doe af en toe heel raar omdat ik zo'n troep in mijn hoofd heb.
-Heb je dat nu ook dan?
-Ja
-Kun je dat niet opruimen dan?
-Nee,want de opruimmannetjes rennen allemaal door elkaar omdat er overal troep is.
-En als jij dan die mannetjes verteld wat ze moeten opruimen?
-Dan stoppen ze alle stukjes van de camping in het hokje camping.En de stukjes school bij de stukjes school.
-Vertel ze dan maar dat ze moeten stoppen met rennen en gewoon al die stukjes moeten opruimen.
-Ja maar dat kan niet,want alles ligt door elkaar en ze weten niet welke stukjes bij elkaar horen en ze stoppen nu alle stukjes door mekaar in de hokjes
-Dan gaan we proberen ze eerst alle stukjes van school op te laten zoeken en die in het hokje school stoppen en dan alle stukjes camping en zo door tot alles opgeruimd is
-er blijft nu nog een heleboel over wat nergens bij hoort
-dan gooien we dat in de prullenbak.Lukt dat
-Ja,ze hebben nu alles opgeveegd,in de container gedaan en de vuilniswagen komt m al legen.
Natuurlijk was ik perplex. Hoe komt ie erbij! Stukjes en hokjes en opruimmannetjes en vervolgens ook nog even een vuilniswagen!!!!
Toen heb ik het maar voor raar maar waar aangenomen.
En nu, anderhalf jaar later kan ik alleen maar zeggen. Niemand had zijn stoornissen beter uit kunnen leggen als hij toen deed.
Genezen?
Geregeld kom ik berichten tegen over het genezen van autisme. En dat
soort berichten laten al mijn haren rechtop staan. Hoezo genezen? Zover ik
weet is Middelste niet ziek. Hoe kun je iets wat geen ziekte is genezen?
Ook vraag ik me af of we moeten willen dat er "genezing" is. Ik weet natuurlijk niet hoe dat bij andere personen is, maar voor mij is het autisme zo'n wezenlijk onderdeel van Middelste. Nee hij is niet EEN AUTIST, maar het is zo verbonden met zijn persoonlijkheid, aard en karakter dat het hem mede maakt tot wie hij is. Wie ben ik om dat af te keuren?
Hij was welkom toen hij geboren werd, waarom zou hij dat dan nu niet meer zijn? Omdat hij toevallig een paar andere kronkeltjes en verbindinkjes in zijn hersenen heeft dan anderen? Ik denk niet dat ik een abortus had overwogen als ik alles van te voren had geweten. Ook achteraf niet. Waarom zou ik hem dan toch willen veranderen?
Ik heb het gevoel dat autisme genezen net zoiets is als een kunstschilder verbieden creatief te zijn, een linkshandige tot rechtshandigheid te dwingen of iemand met een wiskundig brein Grieks te laten studeren. Het ontkennen van de eigenschappen die de persoon uniek maken.
Als we autisme gaan "genezen"oftewel aanpassen aan maatstaven opgelegd door de samenleving wat wordt dan de volgende stap? Homoseksualiteit natuurlijk,want ook daarvan bestaan bewijzen dat het alleen maar een andere hersenaanleg is. Even een paar jaartjes intensieve training en voila,een echte hetero.
Vervolgens gaan we al die A-studenten 24 per dag begeleiden in wiskundig denken, want er is een groot tekort aan mensen die dat kunnen. En dan is het natuurlijk maar een kleine stap naar het aanpassen van alles wat maatschappelijk minder wenselijk is.
Ook vraag ik me af of Middelste zonder autisme zou willen. Voor hem is niet hij vreemd, maar zijn wij dat.
Ja, ik loop geregeld tegen onbegrip van mijn kant op, maar ik kan niet vinden dat hij moet veranderen omdat ik hem niet begrijp. Ik begrijp Wildersaanhangers ook niet, van natuurkunde heb ik ook nooit iets gesnapt en aan verschillende stromingen binnen het christendom kan ik geen touw vastknopen. Dus dan zou dit allemaal zich maar aan mij moeten aanpassen?
Kortom ik geloof niet dat je iets wat geen ziekte is kunt genezen en ik denk niet dat we het zouden moeten willen.
Laten we gewoon een beetje respect opbrengen voor wie iemand is en ze nemen zoals ze zijn.
Ook vraag ik me af of we moeten willen dat er "genezing" is. Ik weet natuurlijk niet hoe dat bij andere personen is, maar voor mij is het autisme zo'n wezenlijk onderdeel van Middelste. Nee hij is niet EEN AUTIST, maar het is zo verbonden met zijn persoonlijkheid, aard en karakter dat het hem mede maakt tot wie hij is. Wie ben ik om dat af te keuren?
Hij was welkom toen hij geboren werd, waarom zou hij dat dan nu niet meer zijn? Omdat hij toevallig een paar andere kronkeltjes en verbindinkjes in zijn hersenen heeft dan anderen? Ik denk niet dat ik een abortus had overwogen als ik alles van te voren had geweten. Ook achteraf niet. Waarom zou ik hem dan toch willen veranderen?
Ik heb het gevoel dat autisme genezen net zoiets is als een kunstschilder verbieden creatief te zijn, een linkshandige tot rechtshandigheid te dwingen of iemand met een wiskundig brein Grieks te laten studeren. Het ontkennen van de eigenschappen die de persoon uniek maken.
Als we autisme gaan "genezen"oftewel aanpassen aan maatstaven opgelegd door de samenleving wat wordt dan de volgende stap? Homoseksualiteit natuurlijk,want ook daarvan bestaan bewijzen dat het alleen maar een andere hersenaanleg is. Even een paar jaartjes intensieve training en voila,een echte hetero.
Vervolgens gaan we al die A-studenten 24 per dag begeleiden in wiskundig denken, want er is een groot tekort aan mensen die dat kunnen. En dan is het natuurlijk maar een kleine stap naar het aanpassen van alles wat maatschappelijk minder wenselijk is.
Ook vraag ik me af of Middelste zonder autisme zou willen. Voor hem is niet hij vreemd, maar zijn wij dat.
Ja, ik loop geregeld tegen onbegrip van mijn kant op, maar ik kan niet vinden dat hij moet veranderen omdat ik hem niet begrijp. Ik begrijp Wildersaanhangers ook niet, van natuurkunde heb ik ook nooit iets gesnapt en aan verschillende stromingen binnen het christendom kan ik geen touw vastknopen. Dus dan zou dit allemaal zich maar aan mij moeten aanpassen?
Kortom ik geloof niet dat je iets wat geen ziekte is kunt genezen en ik denk niet dat we het zouden moeten willen.
Laten we gewoon een beetje respect opbrengen voor wie iemand is en ze nemen zoals ze zijn.
maandag 27 februari 2012
Geloof, geloof ik
Een paar maanden terug vroeg een vriendin of ik in God geloofde.Ik werd er even stil van.Mijn antwoord toen en nu is dat ik het eigenlijk niet weet.Soms ben ik er van overtuigd dat we een toevallige ontwikkeling in de historie van het universum zijn.En soms ben ik ervan overtuigd dat er een hogere macht is die dit alles heeft gecreëerd.Soms hoop ik dat er een God is,zodat er een reden voor ons bestaan is,dat het leven niet doelloos is.Maar ik heb ook momenten dat ik niet wil dat er een God is.Wat er allemaal wel niet uit zijn naam wordt gedaan,God zou er diep bedroefd van zijn.
Het antwoord op de vraag luidt dus nee.Ik twijfel dus ik geloof niet.
Iet s wat ik absoluut wel geloof is dat religie kracht en macht geeft.Karl Marx noemde het niet voor niks ” opium van het volk”
Kracht omdat het mensen houvast biedt.Als ze zich netjes aan de regels houden komt alles wel goed.Als er iets naars gebeurt komt dat of doordat je je niet genoeg aan de regels houdt of je geloof wordt op de proef gesteld.Mensen houden van die duidelijkheid.Het geeft je leven zin.Het bepaald je plek en waarde in de maatschappij.Het maakt het leven overzichtelijk.
En dat geeft de religies hun macht.Het nadeel van macht is dat maar heel weinig mensen hier verstandig mee om kunnen gaan.Macht maakt het slechtste in de mens los.Macht wil altijd groeien.Alleen de hele sterken en kundigen erkennen dit gevaar en kunnen er mee omgaan.
Religie wordt ook gebruikt als wapen.Het wordt zeer geregeld in gezet om het eigen gelijk aan te tonen.Elke religie gaat ervan uit de enige echte waarheid in pacht te hebben.De rest van de wereld heeft dat alleen nog niet begrepen.
Ik geloof niet in religie.Ik denk graag voor mezelf.Ik ben wars van de kerkelijke regeltjes.De normen die zij preken zijn eerbaar maar ze leven ze zelf zo weinig na.De 10 geboden zijn een prachtige leefwijzer.Waarom overtreedt men uit naam van God de eerste dan zo vaak?
Ik geloof in mensen.Ik geloof dat er in elk mens goed en kwaad zit maar dat de mens geneigd is het kwaad te onderdrukken en het goede te laten bloeien.Ook dit geloof wordt geregeld op de proef gesteld,maar als overtuigd gelover zie ik altijd weer sprankjes hoop.Een mens dat vriendelijk doet.Een persoon die belangeloos iets voor een ander over heeft.De liefde tussen mensen.De onbevangenheid van een kind.
Dit geeft mijn leven houvast.Hierin schuilt voor mij de hoop op goede tijden.En natuurlijk probeer ik zelf ook zo in het leven te staan.Laat mij maar lekker naïef in het leven staan.Ja ik ga af en toe hard op mijn bek,maar ik krijg er zo veel moois voor terug dat ik dat er graag voor over heb.
Het antwoord op de vraag luidt dus nee.Ik twijfel dus ik geloof niet.
Iet s wat ik absoluut wel geloof is dat religie kracht en macht geeft.Karl Marx noemde het niet voor niks ” opium van het volk”
Kracht omdat het mensen houvast biedt.Als ze zich netjes aan de regels houden komt alles wel goed.Als er iets naars gebeurt komt dat of doordat je je niet genoeg aan de regels houdt of je geloof wordt op de proef gesteld.Mensen houden van die duidelijkheid.Het geeft je leven zin.Het bepaald je plek en waarde in de maatschappij.Het maakt het leven overzichtelijk.
En dat geeft de religies hun macht.Het nadeel van macht is dat maar heel weinig mensen hier verstandig mee om kunnen gaan.Macht maakt het slechtste in de mens los.Macht wil altijd groeien.Alleen de hele sterken en kundigen erkennen dit gevaar en kunnen er mee omgaan.
Religie wordt ook gebruikt als wapen.Het wordt zeer geregeld in gezet om het eigen gelijk aan te tonen.Elke religie gaat ervan uit de enige echte waarheid in pacht te hebben.De rest van de wereld heeft dat alleen nog niet begrepen.
Ik geloof niet in religie.Ik denk graag voor mezelf.Ik ben wars van de kerkelijke regeltjes.De normen die zij preken zijn eerbaar maar ze leven ze zelf zo weinig na.De 10 geboden zijn een prachtige leefwijzer.Waarom overtreedt men uit naam van God de eerste dan zo vaak?
Ik geloof in mensen.Ik geloof dat er in elk mens goed en kwaad zit maar dat de mens geneigd is het kwaad te onderdrukken en het goede te laten bloeien.Ook dit geloof wordt geregeld op de proef gesteld,maar als overtuigd gelover zie ik altijd weer sprankjes hoop.Een mens dat vriendelijk doet.Een persoon die belangeloos iets voor een ander over heeft.De liefde tussen mensen.De onbevangenheid van een kind.
Dit geeft mijn leven houvast.Hierin schuilt voor mij de hoop op goede tijden.En natuurlijk probeer ik zelf ook zo in het leven te staan.Laat mij maar lekker naïef in het leven staan.Ja ik ga af en toe hard op mijn bek,maar ik krijg er zo veel moois voor terug dat ik dat er graag voor over heb.
Herfstgevoelens
Al enkele dagen regent het zachtjes als hij ’s ochtends naar school moet. Hoopvol kijkt hij naar zijn moeder maar zonder te verblikken of blozen zet ze gewoon de fietsen klaar. Met een zucht stapt hij op en fietst naar school.
Maar vanmorgen had hij een voorgevoel. ”Mam,het regent.Gaan we met de auto?” Zijn moeder is weer eens onverbiddelijk. Zo hard regent het niet en hij is toch niet van suiker? Nog iets dieper zuchtend dan anders stapt hij weer op zijn fiets.
Onderweg bedenkt hij zich dat zijn moeder gelijk had. Het miezert meer dan dat het regent. Het valt allerzins mee. Maar toch heeft hij dat voorgevoel. Hij kan het maar niet kwijtraken. Nou ja,zijn moeder zal het wel weten. Misschien heeft ze de buienradar wel geraadpleegd.
Als hij op school aankomt zet hij zijn fiets in het rek en gaat spelen. Als de bel gaat gaat hij naar binnen. Er staat een drukke ochtend gepland met veel werk. Hij vergeet zijn voorgevoel.
Aan het eind van de ochtend heeft hij gym. Aan het eind van de gymles valt hem het geroffel op het dak op. Het hoost! Ach ze moeten nog omkleden. Tegen de tijd dat hij daar mee klaar is zal het wel over zijn.
Ondertussen stapt zijn moeder op de fiets. Het is hoog tijd om naar school te fietsen om de jongste op te halen. Terwijl ze wegfietst denkt ze nog even aan haar oudste. Dat gezeur altijd dat hij met de auto wil. Het is dan misschien geen prachtig weer maar het is maar 5 minuten fietsen. Hoe erg is dat nou?
Ze trapt stevig door tegen de wind in. Plotseling valt haar de lucht voor haar op. Een prachtige indrukwekkende staalgrijze lucht. En hij komt hard haar kant op. Het zal toch niet!
Enkele minuten later barst het noodweer los. Een echte najaarsstorm lijkt het. Het waait en de regen komt met bakken uit de hemel. Ze is ogenblikkelijk doorweekt. Als de jongste naar buiten komt lijkt het op te klaren, maar schijn bedriegt. Als ze thuis zijn druipen ze van het regenwater. Het loopt letterlijk met stralen uit hun haren en kleren. Ze pakt handdoeken en verteld de jongste dat hij zijn natte spullen moet uittrekken.
Dan gaat de achterdeur open. Terwijl er zich een plas water aan zijn voeten vormt zegt hij: ”Zie je wel.Ik zei je toch dat ik het voorgevoel had dat het ging stortregenen!” En terwijl hij zijn natte goed uittrekt glimlacht hij. Hij kent zijn moeder. Die heeft nu ernstig medelijden.Vanmiddag zit hij prinsheerlijk in de auto!
Maar vanmorgen had hij een voorgevoel. ”Mam,het regent.Gaan we met de auto?” Zijn moeder is weer eens onverbiddelijk. Zo hard regent het niet en hij is toch niet van suiker? Nog iets dieper zuchtend dan anders stapt hij weer op zijn fiets.
Onderweg bedenkt hij zich dat zijn moeder gelijk had. Het miezert meer dan dat het regent. Het valt allerzins mee. Maar toch heeft hij dat voorgevoel. Hij kan het maar niet kwijtraken. Nou ja,zijn moeder zal het wel weten. Misschien heeft ze de buienradar wel geraadpleegd.
Als hij op school aankomt zet hij zijn fiets in het rek en gaat spelen. Als de bel gaat gaat hij naar binnen. Er staat een drukke ochtend gepland met veel werk. Hij vergeet zijn voorgevoel.
Aan het eind van de ochtend heeft hij gym. Aan het eind van de gymles valt hem het geroffel op het dak op. Het hoost! Ach ze moeten nog omkleden. Tegen de tijd dat hij daar mee klaar is zal het wel over zijn.
Ondertussen stapt zijn moeder op de fiets. Het is hoog tijd om naar school te fietsen om de jongste op te halen. Terwijl ze wegfietst denkt ze nog even aan haar oudste. Dat gezeur altijd dat hij met de auto wil. Het is dan misschien geen prachtig weer maar het is maar 5 minuten fietsen. Hoe erg is dat nou?
Ze trapt stevig door tegen de wind in. Plotseling valt haar de lucht voor haar op. Een prachtige indrukwekkende staalgrijze lucht. En hij komt hard haar kant op. Het zal toch niet!
Enkele minuten later barst het noodweer los. Een echte najaarsstorm lijkt het. Het waait en de regen komt met bakken uit de hemel. Ze is ogenblikkelijk doorweekt. Als de jongste naar buiten komt lijkt het op te klaren, maar schijn bedriegt. Als ze thuis zijn druipen ze van het regenwater. Het loopt letterlijk met stralen uit hun haren en kleren. Ze pakt handdoeken en verteld de jongste dat hij zijn natte spullen moet uittrekken.
Dan gaat de achterdeur open. Terwijl er zich een plas water aan zijn voeten vormt zegt hij: ”Zie je wel.Ik zei je toch dat ik het voorgevoel had dat het ging stortregenen!” En terwijl hij zijn natte goed uittrekt glimlacht hij. Hij kent zijn moeder. Die heeft nu ernstig medelijden.Vanmiddag zit hij prinsheerlijk in de auto!
Modieus decolleté
Ter aanvulling van mijn wintergarderobe heb ik een jurk gekocht.Dit is geen wereldschokkend nieuws ik koop en draag wel vaker jurken,maar dit is zo’n hele hippe.Zo’n jurk met een enorme lap stof aan de voorkant die vanaf de hals veel onbedekt laat.Een watervalhals.
Nu ben ik allang geen 18 meer.Ik draag de jurk dus keurig met een hemdje eronder omdat ik het zonder veel te bloot en veel te koud vind.Ja modieus zijn is leuk hoor maar allang niet meer ten koste van fatsoen en comfort.
Dat hemdje moet dan wel voldoen aan een aantal eisen.Het moet goed passen zodat er geen rolletjes en vouwen door ontstaan.Het moet glad zijn zodat de jurk er goed over heen blijft hangen en niet op onstrategische plekken blijft hangen.En het moet er ook nog een beetje leuk uitzien.
Buiten de jurk om heb ik dus mijn garderobe ook nog eens aangevuld met handenvol hemden.Erg handig met al die decolletémode die heerst.
Door moeder natuur ben ik zeer goed uitgerust voor deze mode.Met een beetje goede bh en zo’n aansluitend hemdje heb ik decolleté zat.En het ziet er nog wel aardig uit ook.Maar er kleeft wel een enorm nadeel aan.Er past van alles bij in.
Regendruppels vallen zo vanaf mijn hoofd op mijn borsten.Kinderhandjes verdwijnen in de diepte om eens fijn je te gaan kietelen,mannenblikken proberen door te dringen tot je navel(geloof me,dat wil je echt niet zien)en als ik een boterham eet zit ik een half uur later nog de kruimels van mijn vel af te plukken.En moet je dan ter afwisseling eens crackers eten.Dat zijn pas pokkekruimels!
De hele dag zit ik dus van alles tussen mijn vel en hemd vandaan te plukken.Geregeld sta ik erg onelegant met mijn jurk omhoog om alles wat er tussen is gevallen er weer uit te schudden.En daarna weer proberen alles fatsoenlijk op zijn plaats te krijgen.
In de praktijk blijkt die geweldig leuke en zeer modieuze jurk dus erg onhandig.Maar een muts blijft een muts,hij staat me echt geweldig.Daar moet ik dan maar wat ongemak voor over hebben.Maar langer dan een dag hou ik dat niet vol.Dan wordt er gauw weer een spijkerbroek met bijpassende slobbertrui uit de kast getrokken.
Nu ben ik allang geen 18 meer.Ik draag de jurk dus keurig met een hemdje eronder omdat ik het zonder veel te bloot en veel te koud vind.Ja modieus zijn is leuk hoor maar allang niet meer ten koste van fatsoen en comfort.
Dat hemdje moet dan wel voldoen aan een aantal eisen.Het moet goed passen zodat er geen rolletjes en vouwen door ontstaan.Het moet glad zijn zodat de jurk er goed over heen blijft hangen en niet op onstrategische plekken blijft hangen.En het moet er ook nog een beetje leuk uitzien.
Buiten de jurk om heb ik dus mijn garderobe ook nog eens aangevuld met handenvol hemden.Erg handig met al die decolletémode die heerst.
Door moeder natuur ben ik zeer goed uitgerust voor deze mode.Met een beetje goede bh en zo’n aansluitend hemdje heb ik decolleté zat.En het ziet er nog wel aardig uit ook.Maar er kleeft wel een enorm nadeel aan.Er past van alles bij in.
Regendruppels vallen zo vanaf mijn hoofd op mijn borsten.Kinderhandjes verdwijnen in de diepte om eens fijn je te gaan kietelen,mannenblikken proberen door te dringen tot je navel(geloof me,dat wil je echt niet zien)en als ik een boterham eet zit ik een half uur later nog de kruimels van mijn vel af te plukken.En moet je dan ter afwisseling eens crackers eten.Dat zijn pas pokkekruimels!
De hele dag zit ik dus van alles tussen mijn vel en hemd vandaan te plukken.Geregeld sta ik erg onelegant met mijn jurk omhoog om alles wat er tussen is gevallen er weer uit te schudden.En daarna weer proberen alles fatsoenlijk op zijn plaats te krijgen.
In de praktijk blijkt die geweldig leuke en zeer modieuze jurk dus erg onhandig.Maar een muts blijft een muts,hij staat me echt geweldig.Daar moet ik dan maar wat ongemak voor over hebben.Maar langer dan een dag hou ik dat niet vol.Dan wordt er gauw weer een spijkerbroek met bijpassende slobbertrui uit de kast getrokken.
Vertwijfeling
Er hangt een mist om mijn hoofd.Een mist veroorzaakt door een wolk van twijfels.De mist vertroebelt mijn blik.Ik ben het zicht op mijn motieven kwijt.Mijn gevoel is versluierd .Mijn beoordelingsvermogen ziet wazig.En dat maakt me in de war.
Er moeten keuzes worden gemaakt en vragen worden beantwoord maar mijn zicht wil maar niet helder worden.Steeds weer trekt de mist van twijfels op.Elke keuze roept een andere mogelijkheid op.Elk antwoord veroorzaakt nieuwe vragen.
Ik tuur in de nevels om het landschap van gevolgen te overzien.Ik staar mij blind op alle mogelijkheden.
En zo dwaal ik rond in een woud van mogelijkheden en antwoorden.Ze doemen plotseling op uit de nevels van mijn gedachten.Ze overvallen me.Ze verwarren me.Ik kan ze niet in het juiste perspectief plaatsen.
Langzamerhand voel ik mijn andere zintuigen versterken.Ze nemen de functie van mijn zicht over.Maar ik durf er nog niet op te vertrouwen.Ik ben nog te afhankelijk van het zien.Ik hoop op een stevige wind die de mist zal verjagen.Ik wacht op een storm die zal woeden waarna de wereld helder als nooit tevoren zal zijn.
Maar afwachten heeft geen zin.Het pad voert mij gewoon verder.Het wacht niet op me.Ik zal moeten volgen.Ik zal de keuzes toch moeten maken.De vragen moeten worden beantwoord.Ik zal moeten afgaan op mijn andere zintuigen.Hoe eng ik het ook vind.
Ik zal mijn angst moeten overwinnen.Het onder ogen zien is de eerste stap.Pas als ik op mijzelf durf te vertrouwen zal de mist oplossen.Die verrekte mist veroorzaakt door twijfels.
Er moeten keuzes worden gemaakt en vragen worden beantwoord maar mijn zicht wil maar niet helder worden.Steeds weer trekt de mist van twijfels op.Elke keuze roept een andere mogelijkheid op.Elk antwoord veroorzaakt nieuwe vragen.
Ik tuur in de nevels om het landschap van gevolgen te overzien.Ik staar mij blind op alle mogelijkheden.
En zo dwaal ik rond in een woud van mogelijkheden en antwoorden.Ze doemen plotseling op uit de nevels van mijn gedachten.Ze overvallen me.Ze verwarren me.Ik kan ze niet in het juiste perspectief plaatsen.
Langzamerhand voel ik mijn andere zintuigen versterken.Ze nemen de functie van mijn zicht over.Maar ik durf er nog niet op te vertrouwen.Ik ben nog te afhankelijk van het zien.Ik hoop op een stevige wind die de mist zal verjagen.Ik wacht op een storm die zal woeden waarna de wereld helder als nooit tevoren zal zijn.
Maar afwachten heeft geen zin.Het pad voert mij gewoon verder.Het wacht niet op me.Ik zal moeten volgen.Ik zal de keuzes toch moeten maken.De vragen moeten worden beantwoord.Ik zal moeten afgaan op mijn andere zintuigen.Hoe eng ik het ook vind.
Ik zal mijn angst moeten overwinnen.Het onder ogen zien is de eerste stap.Pas als ik op mijzelf durf te vertrouwen zal de mist oplossen.Die verrekte mist veroorzaakt door twijfels.
De buurman van Kader Abdolah
Gisteravond zat ik op MSN te chatten met een collega-leesfreak. We hadden het over onze nieuwste aanwinsten,aanraders en favoriete schrijvers. Mijn chatmaatje prees de boeken van Kader Abdolah de hemel in. Ik moest tot mijn grote schaamte bekennen dat ik nog nooit een boek van hem had gelezen. En dat terwijl ik de man in kwestie een paar keer had ontmoet.
Verbazing alom bij mijn maatje. Hoe kan het dat jij die man hebt ontmoet? Ik gleed terug in de tijd.
Ik zal een jaar of 14,15 zijn geweest toen er een meisje bij ons op school kwam wat tot die tijd bij haar vader in Zwolle had gewoond. Maar door nare omstandigheden moest ze bij haar moeder gaan wonen en kwam bij ons op school terecht.
We vormden met 3 tienermeisjes een vriendenclubje. We deden dingen die meisjes van die leeftijd doen. We gingen de stad in, we aten patat, we dronken koffie en we kletsten en giebelden erg veel.
We kregen de leeftijd om te gaan stappen. Na een paar keer lokaal uit te zijn geweest stelde S. voor om eens in Zwolle te gaan stappen. En omdat we dan allemaal met vervoer zaten haar vader te vragen of we bij hem mochten logeren.
Haar vader was een aparte man. Hij was een typische oude hippie-homo. Jarenlang had hij in de kast gezeten, was getrouwd,kreeg 2 kinderen en was diepongelukkig. Na vele gesprekken met zijn vrouw kwam hij uit de kast. Hij scheidde en werd gelukkig met een vriend. Door omstandigheden(hij was kunstenaar en huisvader,zij had net een nieuwe voltijdbaan die veel tijd kostte) besloten ze dat de kinderen bij hem bleven.
Er braken jaren van oprecht geluk aan. Tot het moment dat zijn relatie werd verbroken. Hij raakte in een zeer ernstige depressie en werd opgenomen. Na uitgebreid onderzoek kwam aan het licht dat hij manisch-depressief was.
Zo goed en zo kwaad als het ging pakte hij zijn leven weer op. Het ging heel redelijk met hem. We konden komen logeren.
We stapten op de trein naar Zwolle. Daar stapten we in de bus naar Westenholte. Onderweg wees S. ons op het buurtcentrum waar haar vader vrijwilligerswerk deed. Hij was vooral erg begaan met vluchtelingenwerk. Zijn directe buurman was Iranees.
Bij de vader thuis aangekomen werden we verwelkomd en direct voorgesteld aan de buurvrouw en haar baby die op bezoek waren."Ja,"zei de vader,"ze moet haar Nederlands oefenen."
We dronken thee met het gezelschap. De deurbel ging. De buurman kwam ook even langs. Toen het gezelschap was vertrokken vertelde de vader het trieste verhaal van deze familie. Vluchtelingen uit Iran. Een intelligente man,een schrijver. Hij wilde erg graag intergreren maar had veel moeite met de taal. Vooral omdat ze overal in de buurt werden genegeerd en ze dus niemand hadden om de taal mee te oefenen. ”Tja,dat doe ik dus”
Na enkele maanden vertelde S. dat het weer erg slecht ging met haar vader. Hij was opgenomen op de PAAZ-afdeling. We besloten hem te gaan bezoeken als hij dat wilde. Na enkele weken was hij zover dat hij S. belde om te zeggen dat het hem fijn leek als ze met haar vriendinnen kwam.
Wederom stapten we op de trein naar Zwolle. Al giebelend en geinend liepen we het ziekenhuis binnen. We kwamen de ontmoetingsruimte binnen waar S. met haar vader had afgesproken. We waren niet het eerste bezoek van die dag. De buurman zat bij hem. Ze hadden een intensief gesprek. Op een gegeven moment hoorde ik S. haar vader zeggen:”de medicijnen helpen inderdaad tegen de diepe dalen,maar ze nemen me ook mijn hoge toppen af” Wat dat precies inhield begreep ik op dat moment niet,maar de woorden zouden nog lang nagalmen in mij hoofd
Dat was de laatste keer dat ik S.haar vader zag. Ik veranderde van school ,zij kreeg een serieuze relatie en de tienervriendschap doofde uit. Wel kreeg ik nog geregeld van mijn andere vriendin die S. op school nog geregeld sprak,updates hoe het met haar vader ging.Over het algemen waren de berichten positief. Het ging weliswaar emt vallen en opstaan maar er zat vooruitgang in.
Vlak voor haar eindexamen vertelde S. dat het uitstekend ging. Haar vader was begonnen als model voor mannenmode en was daar goed in. Hij had een paar hechte vriendschappen en hij was verliefd. Drie maanden later kregen we een rouwkaart. S’haar vader was dood,zelfmoord. In zijn afscheidsbrief stond:Ik wil niet leven met diepe dalen maar ook niet zonder hoge toppen.
Ondanks dat de vriendschap niet meer bestond besloten wij(de andere vriendin en ik) dat we naar de uitvaart wilden. Deze lieve,intense man zou gemist worden. We wilden afscheid nemen.
Tijdens de uitvaartdienst hield de buurman een voordracht.Het was een prachtige voordracht, vol liefde en passie. Een voordracht die de vader van S. recht deed. Deze buurman was Kader Abdolah.
Ik vertelde dit verhaal in verkorte versie aan mijn MSN-maatje. Vol verbijstering las ik haar antwoord. In één van de boeken van Kader Abdolah speelt een buurman een heel belangrijke rol. Ze zocht het boek voor me op bij Bol.com. Ik klikte de link aan en ging naar het inkijkexemplaar. Met stomheid geslagen las ik de eerste paar bladzijden. Dit kon niet missen. De man die hier omschreven werd was de vader van S.! En dat meisje wat hij bij de buurman in huis ziet….Dat is S.!
Het is verbazingwekkend hoe ruim 15 jaar later ik zo direct de man herken. Ik word weer helemaal teruggezogen in de tijd en beleef alles opnieuw.
Dit boek gaat worden aangeschaft. Een exemplaar voor mij en een exemplaar voor de andere vriendin
Verbazing alom bij mijn maatje. Hoe kan het dat jij die man hebt ontmoet? Ik gleed terug in de tijd.
Ik zal een jaar of 14,15 zijn geweest toen er een meisje bij ons op school kwam wat tot die tijd bij haar vader in Zwolle had gewoond. Maar door nare omstandigheden moest ze bij haar moeder gaan wonen en kwam bij ons op school terecht.
We vormden met 3 tienermeisjes een vriendenclubje. We deden dingen die meisjes van die leeftijd doen. We gingen de stad in, we aten patat, we dronken koffie en we kletsten en giebelden erg veel.
We kregen de leeftijd om te gaan stappen. Na een paar keer lokaal uit te zijn geweest stelde S. voor om eens in Zwolle te gaan stappen. En omdat we dan allemaal met vervoer zaten haar vader te vragen of we bij hem mochten logeren.
Haar vader was een aparte man. Hij was een typische oude hippie-homo. Jarenlang had hij in de kast gezeten, was getrouwd,kreeg 2 kinderen en was diepongelukkig. Na vele gesprekken met zijn vrouw kwam hij uit de kast. Hij scheidde en werd gelukkig met een vriend. Door omstandigheden(hij was kunstenaar en huisvader,zij had net een nieuwe voltijdbaan die veel tijd kostte) besloten ze dat de kinderen bij hem bleven.
Er braken jaren van oprecht geluk aan. Tot het moment dat zijn relatie werd verbroken. Hij raakte in een zeer ernstige depressie en werd opgenomen. Na uitgebreid onderzoek kwam aan het licht dat hij manisch-depressief was.
Zo goed en zo kwaad als het ging pakte hij zijn leven weer op. Het ging heel redelijk met hem. We konden komen logeren.
We stapten op de trein naar Zwolle. Daar stapten we in de bus naar Westenholte. Onderweg wees S. ons op het buurtcentrum waar haar vader vrijwilligerswerk deed. Hij was vooral erg begaan met vluchtelingenwerk. Zijn directe buurman was Iranees.
Bij de vader thuis aangekomen werden we verwelkomd en direct voorgesteld aan de buurvrouw en haar baby die op bezoek waren."Ja,"zei de vader,"ze moet haar Nederlands oefenen."
We dronken thee met het gezelschap. De deurbel ging. De buurman kwam ook even langs. Toen het gezelschap was vertrokken vertelde de vader het trieste verhaal van deze familie. Vluchtelingen uit Iran. Een intelligente man,een schrijver. Hij wilde erg graag intergreren maar had veel moeite met de taal. Vooral omdat ze overal in de buurt werden genegeerd en ze dus niemand hadden om de taal mee te oefenen. ”Tja,dat doe ik dus”
Na enkele maanden vertelde S. dat het weer erg slecht ging met haar vader. Hij was opgenomen op de PAAZ-afdeling. We besloten hem te gaan bezoeken als hij dat wilde. Na enkele weken was hij zover dat hij S. belde om te zeggen dat het hem fijn leek als ze met haar vriendinnen kwam.
Wederom stapten we op de trein naar Zwolle. Al giebelend en geinend liepen we het ziekenhuis binnen. We kwamen de ontmoetingsruimte binnen waar S. met haar vader had afgesproken. We waren niet het eerste bezoek van die dag. De buurman zat bij hem. Ze hadden een intensief gesprek. Op een gegeven moment hoorde ik S. haar vader zeggen:”de medicijnen helpen inderdaad tegen de diepe dalen,maar ze nemen me ook mijn hoge toppen af” Wat dat precies inhield begreep ik op dat moment niet,maar de woorden zouden nog lang nagalmen in mij hoofd
Dat was de laatste keer dat ik S.haar vader zag. Ik veranderde van school ,zij kreeg een serieuze relatie en de tienervriendschap doofde uit. Wel kreeg ik nog geregeld van mijn andere vriendin die S. op school nog geregeld sprak,updates hoe het met haar vader ging.Over het algemen waren de berichten positief. Het ging weliswaar emt vallen en opstaan maar er zat vooruitgang in.
Vlak voor haar eindexamen vertelde S. dat het uitstekend ging. Haar vader was begonnen als model voor mannenmode en was daar goed in. Hij had een paar hechte vriendschappen en hij was verliefd. Drie maanden later kregen we een rouwkaart. S’haar vader was dood,zelfmoord. In zijn afscheidsbrief stond:Ik wil niet leven met diepe dalen maar ook niet zonder hoge toppen.
Ondanks dat de vriendschap niet meer bestond besloten wij(de andere vriendin en ik) dat we naar de uitvaart wilden. Deze lieve,intense man zou gemist worden. We wilden afscheid nemen.
Tijdens de uitvaartdienst hield de buurman een voordracht.Het was een prachtige voordracht, vol liefde en passie. Een voordracht die de vader van S. recht deed. Deze buurman was Kader Abdolah.
Ik vertelde dit verhaal in verkorte versie aan mijn MSN-maatje. Vol verbijstering las ik haar antwoord. In één van de boeken van Kader Abdolah speelt een buurman een heel belangrijke rol. Ze zocht het boek voor me op bij Bol.com. Ik klikte de link aan en ging naar het inkijkexemplaar. Met stomheid geslagen las ik de eerste paar bladzijden. Dit kon niet missen. De man die hier omschreven werd was de vader van S.! En dat meisje wat hij bij de buurman in huis ziet….Dat is S.!
Het is verbazingwekkend hoe ruim 15 jaar later ik zo direct de man herken. Ik word weer helemaal teruggezogen in de tijd en beleef alles opnieuw.
Dit boek gaat worden aangeschaft. Een exemplaar voor mij en een exemplaar voor de andere vriendin
Met de trein
Al heel wat jaren woon ik in een klein stadje met een treinstation.Dat heeft zijn voor- en zijn nadelen.Het grote voordeel is natuurlijk dat er een station is.Ik hoef geen kilometers te reizen voor ik in de trein kan stappen.Het nadeel is dat ik voor bijna elke eindbestemming minstens 1 keer moet overstappen.
Nu ben ik daar onderhand aardig op ingespeeld.Ik heb zelfs van deze nood een hele goede deugd gemaakt.
Omdat Meppel een klein en in OV-land onbeduidend stadje is zijn de aansluitingen verre van optimaal.Meestal moet ik in Zwolle 10 tot 20 minuten wachten voor de volgende trein vertrekt.Deze tijd benut ik door het roken van een sigaret,het halen van koffie en een broodje en als ik erg lang moet wachten duik ik het boekhandeltje in de stationshal nog even in voor wat leesvoer voor onderweg.
Bepakt en bezakt begeef ik mij dan naar het perron.Op het perron moet ik altijd even mijn reisschema controleren.Deze schrijf ik thuis altijd even op een briefje met tijd en perron van aankomst,tijd en perron van vertrek en de tijd en plek van aankomst.Dit briefje stop ik altijd heel zorgvuldig in mijn tas.Samen met een telefoon,een mp3-speler,een boek en een puzzelboekje en pen.Op het station is er in die tas nog een boek bijgekomen,is er een tijdschrift ingestopt en zorgvuldig boven op al deze troep ligt het broodje te wachten om in de trein opgepeuzeld te worden.Het is dus altijd een heel gehannes om het briefje te pakken te krijgen.
Als dat dan is gelukt stop ik het briefje weer terug.Ik neem eens een slok van mijn koffie(Auw!Nog steeds heet) en bedenk me dat ik mijn mp3-speler wel in mijn oren kan hangen.Dat dempt de holle en toch harde geluiden zo lekker.
Weer duik ik in mijn tas.Kopje koffie in de hand,broodje erbij,rommelen in de tas tussen alle spullen om het draadje met de oordopjes eruit te frummelen en de mp3-speler op te vissen.Oja,laat ik mijn telefoon ook maar even pakken want ik zou nog een sms’je sturen als ik in de trein zat.Ojee,mijn handen vol.Maar nergens meer een handig bankje om even je spullen op te zetten zodat je ongegeneerd met 2 handen in je tas kan gaan rommelen.Het lijkt wel of ze met de invoering van het rookverbod op perrons ook maar meteen al die bankjes waar je dan zo lekker tochtig en koud op kon zitten hebben verwijderd.Waar moet ik nu mijn uitstalling laten.Zuchtend laat ik de mp3-speler en de telefoon weer in de tas vallen.
De trein komt aan.Nogmaals controleer ik op de borden of dit de goede is en stap in.Ik zoek een plaatsje.Liefst heb ik een plekje met tafeltje zodat ik eindelijk mijn koffie en broodje kan parkeren.Dan kan ik eindelijk eens goed in mijn tas kijken om mijn telefoon op te diepen en dat sms’je versturen.Ook kan ik nu bij dat handige kleine zijvakje met rits om de oordoppen van de telefoon uit te halen.Laat die mp3-speler maar zitten.Ik luister wel naar de muziek op de telefoon.In lezen heb ik ook al geen zin meer en het tijdschrift kan me momenteel ook niet boeien.
In gedachten verzonken drink ik mijn koffie,eet mijn broodje en geniet van de buitenwereld die voorbij trekt.He,wat is reizen met de trein toch heerlijk ontspannend.
Nu ben ik daar onderhand aardig op ingespeeld.Ik heb zelfs van deze nood een hele goede deugd gemaakt.
Omdat Meppel een klein en in OV-land onbeduidend stadje is zijn de aansluitingen verre van optimaal.Meestal moet ik in Zwolle 10 tot 20 minuten wachten voor de volgende trein vertrekt.Deze tijd benut ik door het roken van een sigaret,het halen van koffie en een broodje en als ik erg lang moet wachten duik ik het boekhandeltje in de stationshal nog even in voor wat leesvoer voor onderweg.
Bepakt en bezakt begeef ik mij dan naar het perron.Op het perron moet ik altijd even mijn reisschema controleren.Deze schrijf ik thuis altijd even op een briefje met tijd en perron van aankomst,tijd en perron van vertrek en de tijd en plek van aankomst.Dit briefje stop ik altijd heel zorgvuldig in mijn tas.Samen met een telefoon,een mp3-speler,een boek en een puzzelboekje en pen.Op het station is er in die tas nog een boek bijgekomen,is er een tijdschrift ingestopt en zorgvuldig boven op al deze troep ligt het broodje te wachten om in de trein opgepeuzeld te worden.Het is dus altijd een heel gehannes om het briefje te pakken te krijgen.
Als dat dan is gelukt stop ik het briefje weer terug.Ik neem eens een slok van mijn koffie(Auw!Nog steeds heet) en bedenk me dat ik mijn mp3-speler wel in mijn oren kan hangen.Dat dempt de holle en toch harde geluiden zo lekker.
Weer duik ik in mijn tas.Kopje koffie in de hand,broodje erbij,rommelen in de tas tussen alle spullen om het draadje met de oordopjes eruit te frummelen en de mp3-speler op te vissen.Oja,laat ik mijn telefoon ook maar even pakken want ik zou nog een sms’je sturen als ik in de trein zat.Ojee,mijn handen vol.Maar nergens meer een handig bankje om even je spullen op te zetten zodat je ongegeneerd met 2 handen in je tas kan gaan rommelen.Het lijkt wel of ze met de invoering van het rookverbod op perrons ook maar meteen al die bankjes waar je dan zo lekker tochtig en koud op kon zitten hebben verwijderd.Waar moet ik nu mijn uitstalling laten.Zuchtend laat ik de mp3-speler en de telefoon weer in de tas vallen.
De trein komt aan.Nogmaals controleer ik op de borden of dit de goede is en stap in.Ik zoek een plaatsje.Liefst heb ik een plekje met tafeltje zodat ik eindelijk mijn koffie en broodje kan parkeren.Dan kan ik eindelijk eens goed in mijn tas kijken om mijn telefoon op te diepen en dat sms’je versturen.Ook kan ik nu bij dat handige kleine zijvakje met rits om de oordoppen van de telefoon uit te halen.Laat die mp3-speler maar zitten.Ik luister wel naar de muziek op de telefoon.In lezen heb ik ook al geen zin meer en het tijdschrift kan me momenteel ook niet boeien.
In gedachten verzonken drink ik mijn koffie,eet mijn broodje en geniet van de buitenwereld die voorbij trekt.He,wat is reizen met de trein toch heerlijk ontspannend.
een krik,een kruissleutel en een reservewiel
Afgelopen dagen kreeg je op hyves na het plaatsen van en krabbel steeds een reclamebericht te zien waarin je werd gevraagd of je ooit een wiel had verwisseld.Uit de grond van mijn hart kan ik daarop antwoorden ‘Nee nog nooit’
Ik heb nu 10 jaar mijn rijbewijs.In de tijd dat ik leste was men bezig met het omturnen van de traditionele methode naar het rijbewijs nieuwe stijl.Ik heb nog wel het oude theorie-examen gedaan(geslaagd met vlag en wimpel) maar in de rijlessen kwam het stukje autotechniek al wel een beetje om de hoek kijken.
Zo vond mijn instructeur dat ik de diverse lampjes op het dashboard moest kunnen benoemen.En ook wat ik moest doen als er zo’n lampje ging branden.Ik vond het nogal simpel.Er brandt een lampje dus zet de auto op een daarvoor geschikte plek neer en pak je instructieboekje.Daarin staat precies wat je moet doen als er wat voor lampje dan ook gaat branden.
De instructeur(type norse,oude man) keek eens meewarig en zuchtte diep.Hij wist dat ik gelijk had maar peperde me flink in dat ik van sommige lampjes toch echt de betekenis moest leren want dat was BELANGRIJK.Vervolgens vroeg hij me wat ik nodig had als ik een lekke band zou krijgen.En ja,ik zat alleen in de auto.Daar hoefde ik niet lang over na te denken.Een krik,een kruissleutel ,een reservewiel en een ANWB-pasje.
Met stomheid geslagen staarde de instructeur eventjes voor zich uit.Aan zijn gezicht te zien was hij hard aan het nadenken hoe hij hier nou op moest reageren.Hij besloot het vaderlijk te doen.
-Maar wat nou als je midden in de nacht langs de kant van de weg staat?
-In de auto blijven zitten met de deuren op slot en de ANWB bellen.
-Maar het is toch een simpel karweitje?
-O vast wel,maar toevallig eentje waar ik helemaal geen zin in heb.Ik ben toch niet voor niks lid?
De bloeddruk van de instructeur begon merkbaar te stijgen.Hij liep rood aan en hij begon zeer geagiteerd te sputteren.’Belachelijk dat je niet zelf dat wiel gaat wisselen.Dat gezeur altijd van vrouwen dat ze dat niet kunnen.Mopper,mopper,mopper’.
Kortom,ik had een antwoord gegeven wat juist was.Alle attributen die nodig waren had ik opgenoemd.Hij was het er alleen ernstig mee oneens dat ik dan niet zelf dat wiel ging wisselen.
Toen ik dan eindelijk mocht afrijden is mij nooit gevraagd naar het wisselen van een wiel.En ik heb toch 3 keer afgereden.De lampjes bleken ook een stuk minder belangrijk dan verwacht.Alle examinatoren vonden het voldoende dat ik wist hoe het lampje van de handrem eruit zag en dat ik wist dat je moest stoppen als het olielampje ging branden vonden ze allemaal een soort bonus.Kortom,mijn instructeur maakte zich druk om niks.
Nu 10 jaar later zit mijn jongste zoon in de klas bij de kleinzoon van mijn rijinstructeurs kunnen goed met elkaar overweg en spelen geregeld.Op een van die speelafspraakjes hebben zijn moeder(de dochter van de instructeur) en ik het over de nieuwe lesauto van haar vader.Ik vertel het verhaal over het verwisselen van het wiel.Lachend kijkt ze me aan en verteld wat zij nodig heeft om een wiel te verwisselen.Een krik,een kruissleutel,een reservewiel en het telefoonnummer van haar vader!
Ik heb nu 10 jaar mijn rijbewijs.In de tijd dat ik leste was men bezig met het omturnen van de traditionele methode naar het rijbewijs nieuwe stijl.Ik heb nog wel het oude theorie-examen gedaan(geslaagd met vlag en wimpel) maar in de rijlessen kwam het stukje autotechniek al wel een beetje om de hoek kijken.
Zo vond mijn instructeur dat ik de diverse lampjes op het dashboard moest kunnen benoemen.En ook wat ik moest doen als er zo’n lampje ging branden.Ik vond het nogal simpel.Er brandt een lampje dus zet de auto op een daarvoor geschikte plek neer en pak je instructieboekje.Daarin staat precies wat je moet doen als er wat voor lampje dan ook gaat branden.
De instructeur(type norse,oude man) keek eens meewarig en zuchtte diep.Hij wist dat ik gelijk had maar peperde me flink in dat ik van sommige lampjes toch echt de betekenis moest leren want dat was BELANGRIJK.Vervolgens vroeg hij me wat ik nodig had als ik een lekke band zou krijgen.En ja,ik zat alleen in de auto.Daar hoefde ik niet lang over na te denken.Een krik,een kruissleutel ,een reservewiel en een ANWB-pasje.
Met stomheid geslagen staarde de instructeur eventjes voor zich uit.Aan zijn gezicht te zien was hij hard aan het nadenken hoe hij hier nou op moest reageren.Hij besloot het vaderlijk te doen.
-Maar wat nou als je midden in de nacht langs de kant van de weg staat?
-In de auto blijven zitten met de deuren op slot en de ANWB bellen.
-Maar het is toch een simpel karweitje?
-O vast wel,maar toevallig eentje waar ik helemaal geen zin in heb.Ik ben toch niet voor niks lid?
De bloeddruk van de instructeur begon merkbaar te stijgen.Hij liep rood aan en hij begon zeer geagiteerd te sputteren.’Belachelijk dat je niet zelf dat wiel gaat wisselen.Dat gezeur altijd van vrouwen dat ze dat niet kunnen.Mopper,mopper,mopper’.
Kortom,ik had een antwoord gegeven wat juist was.Alle attributen die nodig waren had ik opgenoemd.Hij was het er alleen ernstig mee oneens dat ik dan niet zelf dat wiel ging wisselen.
Toen ik dan eindelijk mocht afrijden is mij nooit gevraagd naar het wisselen van een wiel.En ik heb toch 3 keer afgereden.De lampjes bleken ook een stuk minder belangrijk dan verwacht.Alle examinatoren vonden het voldoende dat ik wist hoe het lampje van de handrem eruit zag en dat ik wist dat je moest stoppen als het olielampje ging branden vonden ze allemaal een soort bonus.Kortom,mijn instructeur maakte zich druk om niks.
Nu 10 jaar later zit mijn jongste zoon in de klas bij de kleinzoon van mijn rijinstructeurs kunnen goed met elkaar overweg en spelen geregeld.Op een van die speelafspraakjes hebben zijn moeder(de dochter van de instructeur) en ik het over de nieuwe lesauto van haar vader.Ik vertel het verhaal over het verwisselen van het wiel.Lachend kijkt ze me aan en verteld wat zij nodig heeft om een wiel te verwisselen.Een krik,een kruissleutel,een reservewiel en het telefoonnummer van haar vader!
Naar huis
Het is zaterdagmiddag.Ik sta op het perron te wachten op de trein.Het perron is overladen met mensen in feestkleding met bijbehorende stemming.Ze maken zich op voor een stevig feest in het zuiden van het land.Ik moet de andere kant op.Ik ben op weg naar het noorden.Ik ga naar huis.
Ondanks dat het maar een stukje van 60 kilometer is moet ik 2 keer overstappen.En op alle stations is het druk.De treinen zijn vol en benauwd.Ik probeer in mijn boek te lezen maar kan me niet concentreren.Het lukt me niet me af te sluiten van de omgeving en ik heb een zeurende hoofdpijn.
Ik heb een slechte nacht achter de rug.Ik heb erg onrustig geslapen.Het huis waar ik was was gevuld met verdriet.Een immens groot,zielsroerend verdriet.
Ondanks dit zeer aanwezige verdriet heb ik een topavond gehad.We hebben lol gemaakt,we hebben gepraat,gelachen en gehuild.Het alom aanwezige verdriet heeft onze zielen open gezet voor echt en intensief contact.De gesprekken waar open en diepgaand.De humor was echt en oprecht.
Ik ben moe.Moe van het pure contact.Moe van het slechte slapen.Moe van alle emoties.Ik doe nogmaals een poging in mijn boek te lezen maar voor ik aan het eind van de bladzijde ben ,is het tijd voor de laatste overstap.
Ik loop met de stroom mensen mee de trein uit het station in.Ik ga naar het volgende perron en stap in de al wachtende trein.Ik pak mijn telefoon en bel naar huis.’Hallo lieverd.Ik stap nu in de stoptrein.Over een kwartier ben ik op het station.’
Ik nestel mij in een hoekje en kijk naar buiten.Ik ben weer op bekend terrein.Bij elke boom die ik zie,bij elk huis wat we passeren ,weet ik hoeveel minuten het nog duurt voor ik weer uit de trein kan stappen.
Wanneer we de snelweg en het naastliggende kanaal passeren begin ik vast met mijn spullen pakken.Ik sta op en loop rustig aan naar de deur.
Ik ben niet de enige die op dit station moet zijn.Met velen staan we enigszins ongeduldig te wachten tot we daadwerkelijk op het station zijn en we kunnen uitstappen.
En dan gebeurt het.Terwijl de trein aan het afremmen is zie ik drie jongetjes staan.Ze beginnen met de trein mee te lopen en speuren naar een bekend gezicht.Plots zien ze wie ze zoeken:’Daar!Daar is mama!!!!’ Ik hoor een zucht van vertedering door de mensenmassa heengaan.
De deuren gaan open en de jongetjes werken zich door de uitstappende menigte heen.De mensen wijken uiteen en kijken achterom om te zien waar die jochies naar toe gaan.Zodra ik 1 voet op de treeplank heb staan vliegen de knulletjes me om mijn nek.’Mama!Ik heb je gemist’,’Mama,daar ben je dan eindelijk’,’Mama wat fijn dat je er weer bent.Ik vind je lief’
En op slag voel ik me 10 keer beter.Ik ben weer thuis
Ondanks dat het maar een stukje van 60 kilometer is moet ik 2 keer overstappen.En op alle stations is het druk.De treinen zijn vol en benauwd.Ik probeer in mijn boek te lezen maar kan me niet concentreren.Het lukt me niet me af te sluiten van de omgeving en ik heb een zeurende hoofdpijn.
Ik heb een slechte nacht achter de rug.Ik heb erg onrustig geslapen.Het huis waar ik was was gevuld met verdriet.Een immens groot,zielsroerend verdriet.
Ondanks dit zeer aanwezige verdriet heb ik een topavond gehad.We hebben lol gemaakt,we hebben gepraat,gelachen en gehuild.Het alom aanwezige verdriet heeft onze zielen open gezet voor echt en intensief contact.De gesprekken waar open en diepgaand.De humor was echt en oprecht.
Ik ben moe.Moe van het pure contact.Moe van het slechte slapen.Moe van alle emoties.Ik doe nogmaals een poging in mijn boek te lezen maar voor ik aan het eind van de bladzijde ben ,is het tijd voor de laatste overstap.
Ik loop met de stroom mensen mee de trein uit het station in.Ik ga naar het volgende perron en stap in de al wachtende trein.Ik pak mijn telefoon en bel naar huis.’Hallo lieverd.Ik stap nu in de stoptrein.Over een kwartier ben ik op het station.’
Ik nestel mij in een hoekje en kijk naar buiten.Ik ben weer op bekend terrein.Bij elke boom die ik zie,bij elk huis wat we passeren ,weet ik hoeveel minuten het nog duurt voor ik weer uit de trein kan stappen.
Wanneer we de snelweg en het naastliggende kanaal passeren begin ik vast met mijn spullen pakken.Ik sta op en loop rustig aan naar de deur.
Ik ben niet de enige die op dit station moet zijn.Met velen staan we enigszins ongeduldig te wachten tot we daadwerkelijk op het station zijn en we kunnen uitstappen.
En dan gebeurt het.Terwijl de trein aan het afremmen is zie ik drie jongetjes staan.Ze beginnen met de trein mee te lopen en speuren naar een bekend gezicht.Plots zien ze wie ze zoeken:’Daar!Daar is mama!!!!’ Ik hoor een zucht van vertedering door de mensenmassa heengaan.
De deuren gaan open en de jongetjes werken zich door de uitstappende menigte heen.De mensen wijken uiteen en kijken achterom om te zien waar die jochies naar toe gaan.Zodra ik 1 voet op de treeplank heb staan vliegen de knulletjes me om mijn nek.’Mama!Ik heb je gemist’,’Mama,daar ben je dan eindelijk’,’Mama wat fijn dat je er weer bent.Ik vind je lief’
En op slag voel ik me 10 keer beter.Ik ben weer thuis
Tolerant of verdraagzaam
Ondanks dat ik van geboorte een rasechte Haarlemse ben,ben ik opgegroeid in een klein dorp.Mijn ouders hebben in de jaren 70 dankbaar gebruik gemaakt van de kans op werk in het Oosten met de daarbij behorende verhuispremie.Buiten een deel van mijn aard is er dus nog weinig stads aan mij.
Het dorp waar ik opgroeide was redelijk gesloten gemeenschap met strakke richtlijnen over wat normaal was en hoe je zou moeten zijn,leven en eruit zien.In mijn ogen erg bekrompen en benauwend.Ik kon en wilde mij niet aan deze normen conformeren.Het zal dan ook niemand verbazen dat ik zodra het mogelijk was uit dit dorp verhuisde naar een klein provinciestadje.Niet naar een grote stad want daar voelde ik me altijd verloren in de massa.
De laatste jaren kom ik er meer en meer achter dat het opgroeien in een klein dorp mijn referentiekader erg klein heeft gehouden.Er woonde in het hele dorp 1 Moluks gezin en 1 gezin waarvan de vader Surinamer was.Dit waren ook meteen deJehova-getuigen van het dorp.Verder woonden er in mijn buurt 2 donkere kinderen.De een afkomstig uit Bangladesh,de ander uit India.Beide kinderen waren geadopteerd door zeer blanke mensen.Er werd over een man in het dorp gefluisterd dat hij homoseksueel was en van een schooljuf werd de geaardheid in het geniep betwijfeld.Het eerste meisje in de klas met gescheiden ouders was een echte bezienswaardigheid.Wij wisten niet eens dat dat bestond.
Zelf haalde ik over dit soort dingen altijd mijn schouders op.Al vroeg was ik er van overtuigd dat ieder moest leven zoals hem/haar dat goed leek en dat het niet aan mij was daar een oordeel over te vellen.Tenminste,dat dacht ik altijd.
Op de middelbare school raakte ik bevriend met een meisje wat in haar leven al meerdere keren was verhuisd.Ze had op verschillende plekken in het land gewoond.Door het werk wat haar moeder had gedaan voor een stichting tot ze de Vut in ging was ze met heel veel verschillende soorten mensen in aanraking gekomen.Zo was er een Antilliaanse kok in dienst,werkte er een drugsverslaafde als klusjesman, werkte er een biseksuele psychiatrische patiënte op de administratie en was de conciërge een anarchistische homo die in het punktijdperk was blijven hangen.Ik kon mijn oren niet geloven dat dat soort mensen echt bestond.En nog ongelooflijker , dat je er mee kon werken en communiceren.Ik begon in te zien dat ik veel minder verdraagzaam was dan ik mijzelf altijd had voorgehouden
Doordat mijn vriendin dit allemaal heel gewoon vond en zich door afkomst nog problematiek liet tegenhouden contact te krijgen met diverse mensen leerde ik veel bij.Zo begreep ik al snel dat niet elke student van de kunstacademie latent homoseksueel was of zich te buiten ging aan orgies.Haar zus had daar gestudeerd en woonde al jaren samen met een man waar ze later mee trouwde.Een keurig huisje-boompje-beestje-stel
Mijn blik verruimde enorm.Nou was dat ook wel nodig om mijn vriendin en har leefwereld bij te kunnen houden want van vriendjes was ze niet vies.Het leek wel alsof ze alleen maar viel op jongens van buitenlandse afkomst.Zo heeft ze een relatie gehad met een Perzische jongen,een Antilliaanse jongen,een Egyptische jongen en een jongen uit India.Na deze fase kwam ze bij de mannen met bagage.Zo woonde ze samen met een man wiens ex al jaren een relatie bleek te hebben,een zoon van een BOM-moeder en een muzikant met een drankverleden.Niets heeft mijn referentiekader zo vergroot als het volgen en accepteren van haar keuzes in haar liefdesleven.Niet dat ik alles goedkeurde wat ze deed maar uit respect en liefde voor haar aanvaardde ik het allemaal en leerde te kijken naar de mens achter het verhaal.Ik werd mij er van bewust dat ik leef met vooroordelen.
Ik leerde dat tolerant zijn echt niet zo’n mooie eigenschap is.Tolerantie is niet meer dan de wetenschap dat sommige dingen bestaan maar er verder geen aandacht aan schenken.Als je echt midden in de samenleving wilt staan moet je echt een paar stappen verder gaan en wel bewust stilstaan bij de keuzes van mensen.
Mijn leven is enorm verrijkt toen mijn schoonmoeder ging samen wonen met een man die een homoseksuele zoon en homoseksuele dochter heeft.Niet omdat ze tot de subgroep homo’s horen maar omdat het prachtmensen zijn.Doordat ik heb ingezien dat ik vooroordelen heb heb ik mij voor ze kunnen openstellen en ze echt leren kennen.Dat is de ware verrijking van verdraagzaamheid Ondanks dat ik van geboorte een rasechte Haarlemse ben,ben ik opgegroeid in een klein dorp.Mijn ouders hebben in de jaren 70 dankbaar gebruik gemaakt van de kans op werk in het Oosten met de daarbij behorende verhuispremie.Buiten een deel van mijn aard is er dus nog weinig stads aan mij.
Het dorp waar ik opgroeide was redelijk gesloten gemeenschap met strakke richtlijnen over wat normaal was en hoe je zou moeten zijn,leven en eruit zien.In mijn ogen erg bekrompen en benauwend.Ik kon en wilde mij niet aan deze normen conformeren.Het zal dan ook niemand verbazen dat ik zodra het mogelijk was uit dit dorp verhuisde naar een klein provinciestadje.Niet naar een grote stad want daar voelde ik me altijd verloren in de massa.
De laatste jaren kom ik er meer en meer achter dat het opgroeien in een klein dorp mijn referentiekader erg klein heeft gehouden.Er woonde in het hele dorp 1 Moluks gezin en 1 gezin waarvan de vader Surinamer was.Dit waren ook meteen deJehova-getuigen van het dorp.Verder woonden er in mijn buurt 2 donkere kinderen.De een afkomstig uit Bangladesh,de ander uit India.Beide kinderen waren geadopteerd door zeer blanke mensen.Er werd over een man in het dorp gefluisterd dat hij homoseksueel was en van een schooljuf werd de geaardheid in het geniep betwijfeld.Het eerste meisje in de klas met gescheiden ouders was een echte bezienswaardigheid.Wij wisten niet eens dat dat bestond.
Zelf haalde ik over dit soort dingen altijd mijn schouders op.Al vroeg was ik er van overtuigd dat ieder moest leven zoals hem/haar dat goed leek en dat het niet aan mij was daar een oordeel over te vellen.Tenminste,dat dacht ik altijd.
Op de middelbare school raakte ik bevriend met een meisje wat in haar leven al meerdere keren was verhuisd.Ze had op verschillende plekken in het land gewoond.Door het werk wat haar moeder had gedaan voor een stichting tot ze de Vut in ging was ze met heel veel verschillende soorten mensen in aanraking gekomen.Zo was er een Antilliaanse kok in dienst,werkte er een drugsverslaafde als klusjesman, werkte er een biseksuele psychiatrische patiënte op de administratie en was de conciërge een anarchistische homo die in het punktijdperk was blijven hangen.Ik kon mijn oren niet geloven dat dat soort mensen echt bestond.En nog ongelooflijker , dat je er mee kon werken en communiceren.Ik begon in te zien dat ik veel minder verdraagzaam was dan ik mijzelf altijd had voorgehouden
Doordat mijn vriendin dit allemaal heel gewoon vond en zich door afkomst nog problematiek liet tegenhouden contact te krijgen met diverse mensen leerde ik veel bij.Zo begreep ik al snel dat niet elke student van de kunstacademie latent homoseksueel was of zich te buiten ging aan orgies.Haar zus had daar gestudeerd en woonde al jaren samen met een man waar ze later mee trouwde.Een keurig huisje-boompje-beestje-stel
Mijn blik verruimde enorm.Nou was dat ook wel nodig om mijn vriendin en har leefwereld bij te kunnen houden want van vriendjes was ze niet vies.Het leek wel alsof ze alleen maar viel op jongens van buitenlandse afkomst.Zo heeft ze een relatie gehad met een Perzische jongen,een Antilliaanse jongen,een Egyptische jongen en een jongen uit India.Na deze fase kwam ze bij de mannen met bagage.Zo woonde ze samen met een man wiens ex al jaren een relatie bleek te hebben,een zoon van een BOM-moeder en een muzikant met een drankverleden.Niets heeft mijn referentiekader zo vergroot als het volgen en accepteren van haar keuzes in haar liefdesleven.Niet dat ik alles goedkeurde wat ze deed maar uit respect en liefde voor haar aanvaardde ik het allemaal en leerde te kijken naar de mens achter het verhaal.Ik werd mij er van bewust dat ik leef met vooroordelen.
Ik leerde dat tolerant zijn echt niet zo’n mooie eigenschap is.Tolerantie is niet meer dan de wetenschap dat sommige dingen bestaan maar er verder geen aandacht aan schenken.Als je echt midden in de samenleving wilt staan moet je echt een paar stappen verder gaan en wel bewust stilstaan bij de keuzes van mensen.
Mijn leven is enorm verrijkt toen mijn schoonmoeder ging samen wonen met een man die een homoseksuele zoon en homoseksuele dochter heeft.Niet omdat ze tot de subgroep homo’s horen maar omdat het prachtmensen zijn.Doordat ik heb ingezien dat ik vooroordelen heb heb ik mij voor ze kunnen openstellen en ze echt leren kennen.Dat is de ware verrijking van verdraagzaamheid
Het dorp waar ik opgroeide was redelijk gesloten gemeenschap met strakke richtlijnen over wat normaal was en hoe je zou moeten zijn,leven en eruit zien.In mijn ogen erg bekrompen en benauwend.Ik kon en wilde mij niet aan deze normen conformeren.Het zal dan ook niemand verbazen dat ik zodra het mogelijk was uit dit dorp verhuisde naar een klein provinciestadje.Niet naar een grote stad want daar voelde ik me altijd verloren in de massa.
De laatste jaren kom ik er meer en meer achter dat het opgroeien in een klein dorp mijn referentiekader erg klein heeft gehouden.Er woonde in het hele dorp 1 Moluks gezin en 1 gezin waarvan de vader Surinamer was.Dit waren ook meteen deJehova-getuigen van het dorp.Verder woonden er in mijn buurt 2 donkere kinderen.De een afkomstig uit Bangladesh,de ander uit India.Beide kinderen waren geadopteerd door zeer blanke mensen.Er werd over een man in het dorp gefluisterd dat hij homoseksueel was en van een schooljuf werd de geaardheid in het geniep betwijfeld.Het eerste meisje in de klas met gescheiden ouders was een echte bezienswaardigheid.Wij wisten niet eens dat dat bestond.
Zelf haalde ik over dit soort dingen altijd mijn schouders op.Al vroeg was ik er van overtuigd dat ieder moest leven zoals hem/haar dat goed leek en dat het niet aan mij was daar een oordeel over te vellen.Tenminste,dat dacht ik altijd.
Op de middelbare school raakte ik bevriend met een meisje wat in haar leven al meerdere keren was verhuisd.Ze had op verschillende plekken in het land gewoond.Door het werk wat haar moeder had gedaan voor een stichting tot ze de Vut in ging was ze met heel veel verschillende soorten mensen in aanraking gekomen.Zo was er een Antilliaanse kok in dienst,werkte er een drugsverslaafde als klusjesman, werkte er een biseksuele psychiatrische patiënte op de administratie en was de conciërge een anarchistische homo die in het punktijdperk was blijven hangen.Ik kon mijn oren niet geloven dat dat soort mensen echt bestond.En nog ongelooflijker , dat je er mee kon werken en communiceren.Ik begon in te zien dat ik veel minder verdraagzaam was dan ik mijzelf altijd had voorgehouden
Doordat mijn vriendin dit allemaal heel gewoon vond en zich door afkomst nog problematiek liet tegenhouden contact te krijgen met diverse mensen leerde ik veel bij.Zo begreep ik al snel dat niet elke student van de kunstacademie latent homoseksueel was of zich te buiten ging aan orgies.Haar zus had daar gestudeerd en woonde al jaren samen met een man waar ze later mee trouwde.Een keurig huisje-boompje-beestje-stel
Mijn blik verruimde enorm.Nou was dat ook wel nodig om mijn vriendin en har leefwereld bij te kunnen houden want van vriendjes was ze niet vies.Het leek wel alsof ze alleen maar viel op jongens van buitenlandse afkomst.Zo heeft ze een relatie gehad met een Perzische jongen,een Antilliaanse jongen,een Egyptische jongen en een jongen uit India.Na deze fase kwam ze bij de mannen met bagage.Zo woonde ze samen met een man wiens ex al jaren een relatie bleek te hebben,een zoon van een BOM-moeder en een muzikant met een drankverleden.Niets heeft mijn referentiekader zo vergroot als het volgen en accepteren van haar keuzes in haar liefdesleven.Niet dat ik alles goedkeurde wat ze deed maar uit respect en liefde voor haar aanvaardde ik het allemaal en leerde te kijken naar de mens achter het verhaal.Ik werd mij er van bewust dat ik leef met vooroordelen.
Ik leerde dat tolerant zijn echt niet zo’n mooie eigenschap is.Tolerantie is niet meer dan de wetenschap dat sommige dingen bestaan maar er verder geen aandacht aan schenken.Als je echt midden in de samenleving wilt staan moet je echt een paar stappen verder gaan en wel bewust stilstaan bij de keuzes van mensen.
Mijn leven is enorm verrijkt toen mijn schoonmoeder ging samen wonen met een man die een homoseksuele zoon en homoseksuele dochter heeft.Niet omdat ze tot de subgroep homo’s horen maar omdat het prachtmensen zijn.Doordat ik heb ingezien dat ik vooroordelen heb heb ik mij voor ze kunnen openstellen en ze echt leren kennen.Dat is de ware verrijking van verdraagzaamheid Ondanks dat ik van geboorte een rasechte Haarlemse ben,ben ik opgegroeid in een klein dorp.Mijn ouders hebben in de jaren 70 dankbaar gebruik gemaakt van de kans op werk in het Oosten met de daarbij behorende verhuispremie.Buiten een deel van mijn aard is er dus nog weinig stads aan mij.
Het dorp waar ik opgroeide was redelijk gesloten gemeenschap met strakke richtlijnen over wat normaal was en hoe je zou moeten zijn,leven en eruit zien.In mijn ogen erg bekrompen en benauwend.Ik kon en wilde mij niet aan deze normen conformeren.Het zal dan ook niemand verbazen dat ik zodra het mogelijk was uit dit dorp verhuisde naar een klein provinciestadje.Niet naar een grote stad want daar voelde ik me altijd verloren in de massa.
De laatste jaren kom ik er meer en meer achter dat het opgroeien in een klein dorp mijn referentiekader erg klein heeft gehouden.Er woonde in het hele dorp 1 Moluks gezin en 1 gezin waarvan de vader Surinamer was.Dit waren ook meteen deJehova-getuigen van het dorp.Verder woonden er in mijn buurt 2 donkere kinderen.De een afkomstig uit Bangladesh,de ander uit India.Beide kinderen waren geadopteerd door zeer blanke mensen.Er werd over een man in het dorp gefluisterd dat hij homoseksueel was en van een schooljuf werd de geaardheid in het geniep betwijfeld.Het eerste meisje in de klas met gescheiden ouders was een echte bezienswaardigheid.Wij wisten niet eens dat dat bestond.
Zelf haalde ik over dit soort dingen altijd mijn schouders op.Al vroeg was ik er van overtuigd dat ieder moest leven zoals hem/haar dat goed leek en dat het niet aan mij was daar een oordeel over te vellen.Tenminste,dat dacht ik altijd.
Op de middelbare school raakte ik bevriend met een meisje wat in haar leven al meerdere keren was verhuisd.Ze had op verschillende plekken in het land gewoond.Door het werk wat haar moeder had gedaan voor een stichting tot ze de Vut in ging was ze met heel veel verschillende soorten mensen in aanraking gekomen.Zo was er een Antilliaanse kok in dienst,werkte er een drugsverslaafde als klusjesman, werkte er een biseksuele psychiatrische patiënte op de administratie en was de conciërge een anarchistische homo die in het punktijdperk was blijven hangen.Ik kon mijn oren niet geloven dat dat soort mensen echt bestond.En nog ongelooflijker , dat je er mee kon werken en communiceren.Ik begon in te zien dat ik veel minder verdraagzaam was dan ik mijzelf altijd had voorgehouden
Doordat mijn vriendin dit allemaal heel gewoon vond en zich door afkomst nog problematiek liet tegenhouden contact te krijgen met diverse mensen leerde ik veel bij.Zo begreep ik al snel dat niet elke student van de kunstacademie latent homoseksueel was of zich te buiten ging aan orgies.Haar zus had daar gestudeerd en woonde al jaren samen met een man waar ze later mee trouwde.Een keurig huisje-boompje-beestje-stel
Mijn blik verruimde enorm.Nou was dat ook wel nodig om mijn vriendin en har leefwereld bij te kunnen houden want van vriendjes was ze niet vies.Het leek wel alsof ze alleen maar viel op jongens van buitenlandse afkomst.Zo heeft ze een relatie gehad met een Perzische jongen,een Antilliaanse jongen,een Egyptische jongen en een jongen uit India.Na deze fase kwam ze bij de mannen met bagage.Zo woonde ze samen met een man wiens ex al jaren een relatie bleek te hebben,een zoon van een BOM-moeder en een muzikant met een drankverleden.Niets heeft mijn referentiekader zo vergroot als het volgen en accepteren van haar keuzes in haar liefdesleven.Niet dat ik alles goedkeurde wat ze deed maar uit respect en liefde voor haar aanvaardde ik het allemaal en leerde te kijken naar de mens achter het verhaal.Ik werd mij er van bewust dat ik leef met vooroordelen.
Ik leerde dat tolerant zijn echt niet zo’n mooie eigenschap is.Tolerantie is niet meer dan de wetenschap dat sommige dingen bestaan maar er verder geen aandacht aan schenken.Als je echt midden in de samenleving wilt staan moet je echt een paar stappen verder gaan en wel bewust stilstaan bij de keuzes van mensen.
Mijn leven is enorm verrijkt toen mijn schoonmoeder ging samen wonen met een man die een homoseksuele zoon en homoseksuele dochter heeft.Niet omdat ze tot de subgroep homo’s horen maar omdat het prachtmensen zijn.Doordat ik heb ingezien dat ik vooroordelen heb heb ik mij voor ze kunnen openstellen en ze echt leren kennen.Dat is de ware verrijking van verdraagzaamheid
Kwetsend
Dit blog is ooit geschreven als reactie op een optelsom van incidenten,opmerkingen en reacties in sommige berichten die ik las op hyves. En helaas nog steeds actueel.
Wat is het toch dat je als ouder van een kind wat door de maatschappij als niet normaal wordt beschouwd door iedereen aangevallen mag worden.Hebben wij een bordje op ons rug met:’Natuurlijk is het onze eigen schuld.Straf ons maar’?
Als ouder van 3 knullen die zich op sommige punten niet volgens de norm ontwikkelen verbaas ik me er meer en meer over wat voor shitlading aan verwijten, kritiek en onwaarheden we schijnen te moeten slikken.En dan niet enkel van de zogenaamde buitenwereld.Nee, ook volwassenen die ooit eens waren als onze kinderen vinden dat we het als ouders niet goed doen.
We zijn te bezorgd.We snappen het niet.We beschouwen onze kinderen niet als normaal.We verwachten teveel van ze.We verwachten te weinig van ze.We beschermen ze te weinig.We bereiden ze niet genoeg voor op het leven in de maatschappij.We accepteren niet dat onze kinderen anders zijn dan anderen.We willen niet weten dat onze kinderen anders in elkaar zitten dan wijzelf.We willen niet zien dat onze kinderen net zo zijn als wijzelf.En vooral, we willen onze kinderen veranderen in iets wat ze niet zijn, nooit zullen worden en zeker ook niet willen zijn.
Als klap op de vuurpijl zijn er dan ook nog mede-ouders die menen dat we onszelf zielig vinden als we zeggen dat het ons wel eens zwaar valt.Dat het moeilijk is om lichamelijk te worden aangevallen door een kind wat in paniek met agressie reageert.Dat het zwaar is om dagen achtereen in een staat van alarmfase rood te verkeren.Dat het je emotioneel verscheurt om je kind richting een diepe depressie te zien afglijden en je kunt niks anders doen dan het vasthouden en liefde geven.
Ik hoef niet zo nodig op een voetstuk te worden geplaatst.Ik ben hun moeder, ik hou van ze en doe daarom alles wat mogelijk is om te kunnen zorgen dat ze gelukkig kunnen zijn.Maar ik ben vooral ook een mens.Doordat ik een mens ben heb ik grenzen aan mijn kunnen,grenzen aan mijn geduld, grenzen aan mijn inlevingsvermogen en grenzen aan mijn kunnen.Ik ben een mens dus ik maak fouten.Ook fouten die soms ten koste gaan van mijn kinderen.Want dat is wat mensen gebeurt.Ze falen wel eens, hoe hard ze ook proberen te slagen.
Ja, ik weet dat ik moeder ben van 3 prachtige kinderen.Alle drie geven ze me onvoorstelbaar mooie dingen.Maar laten we alsjeblieft niet gaan bagatelliseren of dingen mooier voorstellen dan ze eigenlijk zijn.Ouder zijn is een prachtige functie maar af en toe wel een verhipt zware.En ik vind dat we daar allemaal wel eens vaker bij stil mogen staan.
Wat is het toch dat je als ouder van een kind wat door de maatschappij als niet normaal wordt beschouwd door iedereen aangevallen mag worden.Hebben wij een bordje op ons rug met:’Natuurlijk is het onze eigen schuld.Straf ons maar’?
Als ouder van 3 knullen die zich op sommige punten niet volgens de norm ontwikkelen verbaas ik me er meer en meer over wat voor shitlading aan verwijten, kritiek en onwaarheden we schijnen te moeten slikken.En dan niet enkel van de zogenaamde buitenwereld.Nee, ook volwassenen die ooit eens waren als onze kinderen vinden dat we het als ouders niet goed doen.
We zijn te bezorgd.We snappen het niet.We beschouwen onze kinderen niet als normaal.We verwachten teveel van ze.We verwachten te weinig van ze.We beschermen ze te weinig.We bereiden ze niet genoeg voor op het leven in de maatschappij.We accepteren niet dat onze kinderen anders zijn dan anderen.We willen niet weten dat onze kinderen anders in elkaar zitten dan wijzelf.We willen niet zien dat onze kinderen net zo zijn als wijzelf.En vooral, we willen onze kinderen veranderen in iets wat ze niet zijn, nooit zullen worden en zeker ook niet willen zijn.
Als klap op de vuurpijl zijn er dan ook nog mede-ouders die menen dat we onszelf zielig vinden als we zeggen dat het ons wel eens zwaar valt.Dat het moeilijk is om lichamelijk te worden aangevallen door een kind wat in paniek met agressie reageert.Dat het zwaar is om dagen achtereen in een staat van alarmfase rood te verkeren.Dat het je emotioneel verscheurt om je kind richting een diepe depressie te zien afglijden en je kunt niks anders doen dan het vasthouden en liefde geven.
Ik hoef niet zo nodig op een voetstuk te worden geplaatst.Ik ben hun moeder, ik hou van ze en doe daarom alles wat mogelijk is om te kunnen zorgen dat ze gelukkig kunnen zijn.Maar ik ben vooral ook een mens.Doordat ik een mens ben heb ik grenzen aan mijn kunnen,grenzen aan mijn geduld, grenzen aan mijn inlevingsvermogen en grenzen aan mijn kunnen.Ik ben een mens dus ik maak fouten.Ook fouten die soms ten koste gaan van mijn kinderen.Want dat is wat mensen gebeurt.Ze falen wel eens, hoe hard ze ook proberen te slagen.
Ja, ik weet dat ik moeder ben van 3 prachtige kinderen.Alle drie geven ze me onvoorstelbaar mooie dingen.Maar laten we alsjeblieft niet gaan bagatelliseren of dingen mooier voorstellen dan ze eigenlijk zijn.Ouder zijn is een prachtige functie maar af en toe wel een verhipt zware.En ik vind dat we daar allemaal wel eens vaker bij stil mogen staan.
Inkijkje
Ik leef mijn leven van dag tot dag.Ik neem de hordes die ik op mijn weg vind.Ik schop de beren aan de kant die mij beperken.Ik kijk pas wat er achter de bocht ligt als ik de bocht in ga.Ik kijk liever niet te ver vooruit.De toekomst is al zo vaak onvoorspelbaar gebleken.Ook achteruit kijken is iets wat ik niet al te vaak doe.Wat geweest is, is geweest en daar verander je niks meer aan.
Maar vandaag werd ik er even aan herinnerd dat terugkijken niet per definitie tijdverspilling is.Het laat me zien waar ik vandaan kom, wie ik ben geweest, hoe ik ben gekomen waar ik nu sta.Elk voorval, elke hindernis, elke ruzie, alle mooie ontmoetingen en al mijn keuzes hebben me gemaakt tot wie ik ben.Ze hebben mij en mijn leven gevormd.
Mijn verleden bevat een schat aan rijke ervaringen.Hoewel ik sommige dingen op dat moment als een zware last heb ervaren hebben ze mij ook veel geschonken.Ze hebben mij leren vertrouwen op mijzelf.Ze hebben mij vertrouwen in een ander geschonken.Ik weet door mijn ervaringen dat ik onvoorwaardelijk lief kan hebben en ook dat een ander onvoorwaardelijk van mij kan houden.Ik heb geleerd dat ik kan vechten als men mij in het nauw wil drijven.Ik heb een aantal van mijn talenten mogen leren kennen en leren aanwenden.Ik heb gevoeld tot in de kern van mijn ziel dat ik een goede moeder ben.
Maar wat ik vooral heb mogen leren is dat ik niet tegen windmolens hoef te vechten om iemand te zijn.Ik hoef geen beroemdheid te zijn om gezien te worden.Ik hoef niet te schreeuwen om gehoord te worden.Ik hoef niemand te bewijzen dat ik bestaansrecht heb.Ik hoefde alleen maar mezelf te worden om dit alles in de schoot geworpen te krijgen.
En soms is het fijn te beseffen dat het feit dat je bent voldoende is.
Maar vandaag werd ik er even aan herinnerd dat terugkijken niet per definitie tijdverspilling is.Het laat me zien waar ik vandaan kom, wie ik ben geweest, hoe ik ben gekomen waar ik nu sta.Elk voorval, elke hindernis, elke ruzie, alle mooie ontmoetingen en al mijn keuzes hebben me gemaakt tot wie ik ben.Ze hebben mij en mijn leven gevormd.
Mijn verleden bevat een schat aan rijke ervaringen.Hoewel ik sommige dingen op dat moment als een zware last heb ervaren hebben ze mij ook veel geschonken.Ze hebben mij leren vertrouwen op mijzelf.Ze hebben mij vertrouwen in een ander geschonken.Ik weet door mijn ervaringen dat ik onvoorwaardelijk lief kan hebben en ook dat een ander onvoorwaardelijk van mij kan houden.Ik heb geleerd dat ik kan vechten als men mij in het nauw wil drijven.Ik heb een aantal van mijn talenten mogen leren kennen en leren aanwenden.Ik heb gevoeld tot in de kern van mijn ziel dat ik een goede moeder ben.
Maar wat ik vooral heb mogen leren is dat ik niet tegen windmolens hoef te vechten om iemand te zijn.Ik hoef geen beroemdheid te zijn om gezien te worden.Ik hoef niet te schreeuwen om gehoord te worden.Ik hoef niemand te bewijzen dat ik bestaansrecht heb.Ik hoefde alleen maar mezelf te worden om dit alles in de schoot geworpen te krijgen.
En soms is het fijn te beseffen dat het feit dat je bent voldoende is.
Zo kan het ook
-Goedemorgen met Accare
-Goedemorgen.U spreekt met Cindy Stegink uit Meppel.Klopt het dat ik u al eerder heb gesproken over mijn zoontje?
-Dat zou heel goed kunnen dat ik u daarover aan de lijn heb gehad.Waar ging het ook alweer over?
-De kinderarts zou met spoed met zoontje aanmelden bij de kinderpsychiater maar toen ik de vorige keer contact opnam was er bij jullie nog geen aanmelding binnen.Graag zou ik willen weten hoe het daar nu mee staat voor ik hierover contact opneem met de kinderarts.
-Oja,ik heb u inderdaad eerder aan de lijn gehad.Enkele dagen na uw telefoontje hebben we een aanmelding binnen gekregen.Even kijken,ja dat was op 12 februari.Uw zoontje staat dus aangemeld vanaf die dag.En ik zie dat u nog geen afspraak heeft ontvangen.
-Dat klopt.Maar dat betekent dus dat we gewoon op de wachtlijst staan.Die is momenteel 3 maanden?
-We hebben inderdaad een wachtlijst en die is 2 maanden.De kinderpsychiater waar hij bij is aangemeld zit ook behoorlijk vol.
-Tja,dan baal ik nu wel even.De kinderarts had namelijk gezegd dat hij de aanmelding zou doen omdat het haast had.Doordat hij zijn afspraak niet is nagekomen zitten wij nu met de gebakken peren.
-Dan ben ik blij dat u nu weer even belt om te informeren.We zijn vandaag bezig met nieuwe cliënten inplannen.Ik ga hem nu bovenop de stapel leggen en kijken of we zo snel mogelijk een gaatje hebben.Ik kan u niks beloven,maar ik ga mijn best doen.
-Daar maakt u mij erg blij mee,dank u wel.
-Nee hoor,niks te danken,dat is mijn taak.U krijgt binnen enkele dagen een brief thuis met daarin een afspraak.
-Erg fijn.Dank u wel en tot ziens
-Tot ziens mevrouw Stegink
Af en toe word ik nog herinnerd aan het blog wat ik schreef over een telefoongesprek met het zorgkantoor. Een vriendin van me liep stage op Bureau Jeugdzorg en heeft het daar met mijn toestemming rondgestuurd. Men was geschokt dat mensen na bij hen te zijn geweest en hun zaak al afgesloten was a. zo lang op actie van het zorgkantoor moesten wachten, ondanks dat ze recht hebben op PGB vanaf de indicatiedatum b. zo behandeld werden. Vanaf het moment dat de indicatie is afgegeven heeft jeugdzorg geen inzicht meer in het dossier en wordt de afhandeling gedaan door het zorgkantoor. Ze snapten plots waarom mensen drie maanden na de indicatie boor opbelden waar hun PGB nou bleef.
Enige tijd later voerde ik weer eens een telefoongesprek met een hulpverlenende instantie en dacht:Zo kan het dus ook en dat mogen de mensen ook wel eens horen
-Goedemorgen.U spreekt met Cindy Stegink uit Meppel.Klopt het dat ik u al eerder heb gesproken over mijn zoontje?
-Dat zou heel goed kunnen dat ik u daarover aan de lijn heb gehad.Waar ging het ook alweer over?
-De kinderarts zou met spoed met zoontje aanmelden bij de kinderpsychiater maar toen ik de vorige keer contact opnam was er bij jullie nog geen aanmelding binnen.Graag zou ik willen weten hoe het daar nu mee staat voor ik hierover contact opneem met de kinderarts.
-Oja,ik heb u inderdaad eerder aan de lijn gehad.Enkele dagen na uw telefoontje hebben we een aanmelding binnen gekregen.Even kijken,ja dat was op 12 februari.Uw zoontje staat dus aangemeld vanaf die dag.En ik zie dat u nog geen afspraak heeft ontvangen.
-Dat klopt.Maar dat betekent dus dat we gewoon op de wachtlijst staan.Die is momenteel 3 maanden?
-We hebben inderdaad een wachtlijst en die is 2 maanden.De kinderpsychiater waar hij bij is aangemeld zit ook behoorlijk vol.
-Tja,dan baal ik nu wel even.De kinderarts had namelijk gezegd dat hij de aanmelding zou doen omdat het haast had.Doordat hij zijn afspraak niet is nagekomen zitten wij nu met de gebakken peren.
-Dan ben ik blij dat u nu weer even belt om te informeren.We zijn vandaag bezig met nieuwe cliënten inplannen.Ik ga hem nu bovenop de stapel leggen en kijken of we zo snel mogelijk een gaatje hebben.Ik kan u niks beloven,maar ik ga mijn best doen.
-Daar maakt u mij erg blij mee,dank u wel.
-Nee hoor,niks te danken,dat is mijn taak.U krijgt binnen enkele dagen een brief thuis met daarin een afspraak.
-Erg fijn.Dank u wel en tot ziens
-Tot ziens mevrouw Stegink
Af en toe word ik nog herinnerd aan het blog wat ik schreef over een telefoongesprek met het zorgkantoor. Een vriendin van me liep stage op Bureau Jeugdzorg en heeft het daar met mijn toestemming rondgestuurd. Men was geschokt dat mensen na bij hen te zijn geweest en hun zaak al afgesloten was a. zo lang op actie van het zorgkantoor moesten wachten, ondanks dat ze recht hebben op PGB vanaf de indicatiedatum b. zo behandeld werden. Vanaf het moment dat de indicatie is afgegeven heeft jeugdzorg geen inzicht meer in het dossier en wordt de afhandeling gedaan door het zorgkantoor. Ze snapten plots waarom mensen drie maanden na de indicatie boor opbelden waar hun PGB nou bleef.
Enige tijd later voerde ik weer eens een telefoongesprek met een hulpverlenende instantie en dacht:Zo kan het dus ook en dat mogen de mensen ook wel eens horen
Zomaar een telefoongesprek wat ik heb gevoerd
-Goedemorgen!Zorgkantoor Achmea.Waarmee kan ik u van dienst zijn?
-Goedemorgen.U spreekt met Cindy Stegink uit Meppel.Ik heb een vraag aangaande het PGB van mijn zoontje.
-Daar ben ik voor.Zegt u het eens.
-Wij hebben begin december van Bureau Jeugdzorg een PGB-indicatie gekregen.Ik wil graag gebruik gaan maken van dat PGB.Wanneer kan dat?
-Dat kan vanaf de indicatiedatum
-Heel fijn,maar de indicatiedatum is 5 november.Alleen hebben we nog geen enkel bericht van u ontvangen over het uit te keren bedrag.
-Nee dat klopt.Dat duurt vanaf het moment dat wij het indicatiebesluit hebben 6 tot 8 weken.
-Maar hoe kan ik dan toch gebruik maken van dat PGB waar ik dus al 2 maanden recht op heb.Het wordt nu echt noodzakelijk dat mijn zoontje naar de opvang gaat.
-Dat kan alleen op eigen risico.
-Welk risico?Ik heb toch recht op dat PGB?
-Ja dat heeft Jeugdzorg vastgesteld dus daar valt niet aan te tornen.Wij hoeven het alleen maar uit te voeren.En dat duurt 6 tot 8 weken.
-Wacht even hoor.Ik mag dus gebruik maken van het geld wat we tot onze beschikking zouden moeten hebben?
-Ja hoor.Maar dat is op eigen risico.
-Welk risico?
-Het risico dat u zelf moet betalen.
-Maar u zegt net dat ik recht heb op dat PGB en daar dus gebruik van mag maken.Als ik dus eerst zelf de rekening betaal kan ik dat toch later uit het PGB halen.
-Dat kan maar dat is wel op eigen risico.
-Welk risico loop ik dan?
-Dat u alsnog zelf moet betalen.
-Hoezo dat ik alsnog zelf moet betalen?
-Nou we gaan 6 tot 8 weken na het ontvangen van de indicatie over tot uitkering.
-Maar dan kan ik het op dat moment gewoon declareren?
-Ja hoor maar dat is dus op eigen risico.
-Oke ik loop dus een risico.Dat begrijp ik.Het is me nog steeds niet helemaal wat voor risico dan, maar vooruit.Het PGB wordt dus tussen de 6 en 8 weken uitgekeerd?
-Ja dan storten we dat op de PGB-bankrekening.
-Heel fijn.Dan zullen wij die gaan openen.
-Heeft u die dan nog niet?
-Nee want we hebben nog geen enkel bericht van u ontvangen.
-Heeft u ons informatiepakket en aanmeldingsformulier nog niet ontvangen?
-Uh nee,want ik heb nog geen enkel bericht van u.Vandaar ook dat ik bel met deze vraag.
-Nou dan duurt het zéker nog wel 6 tot 8 weken voor u het PGB ontvangt,want wij moeten eerst uw gegevens verwerken.
-Welke gegevens heeft u dan nodig?
-Dat kunt u lezen in ons informatiepakket.
-Maar ik heb geen informatiepakket want ik heb nog niks van u ontvangen.
-Nou u moet niet denken dat u nu voorrang gaat krijgen hoor.Brieven worden op volgorde van binnenkomst behandeld.Dan kunt u best gaan bellen maar daar wordt het niet anders van.Heel veel PGB-houders moeten wachten.U dus ook.En het duurt zeker wel 6 tot 8 weken.
-Kan ik in deze periode wel al gebruik maken van mijn recht op PGB?
-Ja hoor,maar wel op eigen risico.
-Dank u wel voor de informatie.Ik ben er weer veel mee op geschoten.
Zomaar een voorbeeld van de muren waar je in hulpverleningsland tegen aanloopt.Dit gesprek heeft echt plaats gevonden.En zo zijn er al velen gevoerd
-Goedemorgen.U spreekt met Cindy Stegink uit Meppel.Ik heb een vraag aangaande het PGB van mijn zoontje.
-Daar ben ik voor.Zegt u het eens.
-Wij hebben begin december van Bureau Jeugdzorg een PGB-indicatie gekregen.Ik wil graag gebruik gaan maken van dat PGB.Wanneer kan dat?
-Dat kan vanaf de indicatiedatum
-Heel fijn,maar de indicatiedatum is 5 november.Alleen hebben we nog geen enkel bericht van u ontvangen over het uit te keren bedrag.
-Nee dat klopt.Dat duurt vanaf het moment dat wij het indicatiebesluit hebben 6 tot 8 weken.
-Maar hoe kan ik dan toch gebruik maken van dat PGB waar ik dus al 2 maanden recht op heb.Het wordt nu echt noodzakelijk dat mijn zoontje naar de opvang gaat.
-Dat kan alleen op eigen risico.
-Welk risico?Ik heb toch recht op dat PGB?
-Ja dat heeft Jeugdzorg vastgesteld dus daar valt niet aan te tornen.Wij hoeven het alleen maar uit te voeren.En dat duurt 6 tot 8 weken.
-Wacht even hoor.Ik mag dus gebruik maken van het geld wat we tot onze beschikking zouden moeten hebben?
-Ja hoor.Maar dat is op eigen risico.
-Welk risico?
-Het risico dat u zelf moet betalen.
-Maar u zegt net dat ik recht heb op dat PGB en daar dus gebruik van mag maken.Als ik dus eerst zelf de rekening betaal kan ik dat toch later uit het PGB halen.
-Dat kan maar dat is wel op eigen risico.
-Welk risico loop ik dan?
-Dat u alsnog zelf moet betalen.
-Hoezo dat ik alsnog zelf moet betalen?
-Nou we gaan 6 tot 8 weken na het ontvangen van de indicatie over tot uitkering.
-Maar dan kan ik het op dat moment gewoon declareren?
-Ja hoor maar dat is dus op eigen risico.
-Oke ik loop dus een risico.Dat begrijp ik.Het is me nog steeds niet helemaal wat voor risico dan, maar vooruit.Het PGB wordt dus tussen de 6 en 8 weken uitgekeerd?
-Ja dan storten we dat op de PGB-bankrekening.
-Heel fijn.Dan zullen wij die gaan openen.
-Heeft u die dan nog niet?
-Nee want we hebben nog geen enkel bericht van u ontvangen.
-Heeft u ons informatiepakket en aanmeldingsformulier nog niet ontvangen?
-Uh nee,want ik heb nog geen enkel bericht van u.Vandaar ook dat ik bel met deze vraag.
-Nou dan duurt het zéker nog wel 6 tot 8 weken voor u het PGB ontvangt,want wij moeten eerst uw gegevens verwerken.
-Welke gegevens heeft u dan nodig?
-Dat kunt u lezen in ons informatiepakket.
-Maar ik heb geen informatiepakket want ik heb nog niks van u ontvangen.
-Nou u moet niet denken dat u nu voorrang gaat krijgen hoor.Brieven worden op volgorde van binnenkomst behandeld.Dan kunt u best gaan bellen maar daar wordt het niet anders van.Heel veel PGB-houders moeten wachten.U dus ook.En het duurt zeker wel 6 tot 8 weken.
-Kan ik in deze periode wel al gebruik maken van mijn recht op PGB?
-Ja hoor,maar wel op eigen risico.
-Dank u wel voor de informatie.Ik ben er weer veel mee op geschoten.
Zomaar een voorbeeld van de muren waar je in hulpverleningsland tegen aanloopt.Dit gesprek heeft echt plaats gevonden.En zo zijn er al velen gevoerd
van een moeder
ik wou dat ik in je hoofd kon kruipen
om je gedachten te lezen
Ik wil met jouw ogen zien
om te zien wat jij ziet
Ik wil in je angst stappen
om te voelen hoe bang je bent
Ik zou je stem willen zijn
om jouw woorden uit te spreken
Ik wil in je hart zijn
om te voelen met jouw emotie
om lief te hebben met jouw liefde
Ik wil in je zitten
om te zijn wie je bent
Ik wil je zien,kennen,voelen en horen
Ik wil je aanreiken wat je nodig hebt
Ik wil je geven wat je verdient
Ik wil je begrijpen in alles wie je bent
Maar voor alles wil ik
dat je jezelf bent
want je bent prachtig zoals je bent
om je gedachten te lezen
Ik wil met jouw ogen zien
om te zien wat jij ziet
Ik wil in je angst stappen
om te voelen hoe bang je bent
Ik zou je stem willen zijn
om jouw woorden uit te spreken
Ik wil in je hart zijn
om te voelen met jouw emotie
om lief te hebben met jouw liefde
Ik wil in je zitten
om te zijn wie je bent
Ik wil je zien,kennen,voelen en horen
Ik wil je aanreiken wat je nodig hebt
Ik wil je geven wat je verdient
Ik wil je begrijpen in alles wie je bent
Maar voor alles wil ik
dat je jezelf bent
want je bent prachtig zoals je bent
Voor mijn jochie
Op een dag zal ik je weer zien als een bijzonder jongetje
Kan ik weer zien hoe speciaal je bent
Zal ik weer naar je kijken zonder twijfels
Je weer troosten zonder pijn in mijn eigen hart
Ruzies gladstrijken zonder kenmerken te zien
Ga ik je weer knuffelen zonder verdriet
Op die dag zullen alle vermoedens,kenmerken en etiketjes weer versmelten tot een geheel
En ben je weer gewoon het knulletje wat je bent.
Tot die dag zal ik vechten
vechten tegen al mijn eigen dubbel gevoel
Ik zal een uitgang vinden uit het doolhof van verstand en gevoel
Mijn liefde voor jou zal mij de weg wijzen
naar de plek waar we weer zijn wie we zijn.
Geschreven vlak na de eerste resultaten van de diagnostische onderzoeken
Kan ik weer zien hoe speciaal je bent
Zal ik weer naar je kijken zonder twijfels
Je weer troosten zonder pijn in mijn eigen hart
Ruzies gladstrijken zonder kenmerken te zien
Ga ik je weer knuffelen zonder verdriet
Op die dag zullen alle vermoedens,kenmerken en etiketjes weer versmelten tot een geheel
En ben je weer gewoon het knulletje wat je bent.
Tot die dag zal ik vechten
vechten tegen al mijn eigen dubbel gevoel
Ik zal een uitgang vinden uit het doolhof van verstand en gevoel
Mijn liefde voor jou zal mij de weg wijzen
naar de plek waar we weer zijn wie we zijn.
Geschreven vlak na de eerste resultaten van de diagnostische onderzoeken
Saai boodschappen doen?
Vandaag maar weer eens groots boodschappen gedaan.De voorraadkast vertoonde vele lege plekken en het zou niet lang meer duren of ik zou misgrijpen als ik iets nodig ben.Ook moest ik de stad in om de weekbeloning,een zak knikkers, voor de oudste zoon te kopen.
Mijn planning was weer eens briljant,want juist deze zaterdag moest manlief overwerken dus die was tot half 3 niet thuis en oppas moeten we even heel zuinig mee omgaan omdat er nog een heleboel feestjes en avondjes theater gepland staan.
De middelste was gewoon naar de zorgboerderij dus ik dacht we maken er een staddagje van.Eerst met 2 grote hulpen naar de Aldi dan knikkers kopen,even naar de Albert Heijn en dan een broodje in de stad.Kids lekker bezig houden en toch doen wat je moet.
En zowaar het ging goed.Er zijn geen grote ongelukken gebeurt en alles is heel gebleven. Oke, de jongens waren tikkertje aan het spelen tussen de benen van de bejaarden die altijd in grote getalen in de Aldi rondhangen door.Maar ze lieten niemand struikelen en alle artikelen lagen nog netjes op hun plek en niet in mijn karretje.Ik was super tevreden.Op naar de intertoys.
Nou dat ging goed joh.Vlak voor we naar binnen gingen zei ik nog tegen Jongste:"En nu gaan we overal aanzitten he.en door de winkel rennen en alles pakken,uitproberen en openen toch?" "Nee joh mam dat mag niet" en daar hield ie zich aan.
Vol lof en goede moed over zoveel beheersing naar de Appie.Heren verteld dat ze naar de videohoek mochten en dat ik ze daar weer kwam halen als ik ging afrekenen.Heerlijk relaxed m'n boodschappen in m'n mandje aan het gooien als ik een jongeman in een rolstoel voorbij zie komen en meteen daarna hoor:"Wat een mooie stoel.Hoe werkt die?"Hup,meteen de hoogste versnelling erop en even controleren.Ja hoor...daar stond Jongste.Even inschatten,ja deze jongeman kan het hebben en vindt het zelfs leuk zo'n openlijk nieuwsgierig jong.Heb gemeld dat als hij Jongste zat was hij er maar gewoon overheen moest rijden met de rolstoel kon het jong meteen de onderkant ook even bekijken.
Maar voor deze mama was het duidelijk,nu moet er worden opgeschoten want Jongste verveelt zich en je weet maar nooit wat ie dan tegen komt.
Helaas moet je op zaterdagen niet willen opschieten.Dat werkt niet.Na de rij bij de kassa doorgekomen te zijn op naar de balie om rookwaar voor opa te halen.Daar stond iemand voor me die iets heel erg ingewikkelds wilde,denk ik.Het nam in ieder geval een boel tijd in beslag.Jongste begon al behoorlijk aan me te hangen en tegen me aan te praten over van alles en nog wat.Toen probeerde hij een gesprek te voeren met de mensen achter ons.Maar blijkbaar waren die ook niet vrolijk want daar kreeg hij geen antwoord van.Ik speur even om me heen om Oudste te spotten en draai weer terug.Direct gaat er een alarm af.Overal vandaan komt er personeel aan hollen.Heb jij gedrukt?nee, zij misschien?nee, hij dan?Er wordt gebeld en er komt nog meer personeel.Jongste trekt aan mijn mouw en zegt heel zachtjes:"ik heb het gedaan."Niet begrijpend kijk ik hem aan en vraag:"Wat jochie?" "Op dat rode knopje gedrukt."
Nog steeds Roept het personeel elkaar van alles licht verwijtend toe.Toen was er iemand helder en vroeg:"Maar wie heeft er dan het brandalarm ingeschakeld door op deze rode knop te drukken?" Voorzichtig stak het mannetje naast mij zijn hand op.Tja met een lichte kleur maar geroepen:"Dit mannetje hier."Nog nooit zulke stomverbaasde en verbijsterde koppen gezien. Trouwens ook niet zo snel zoveel personeel.Gelukkig zag de man in charge er wel humor in.Na een sorry van Jongste was alles goed maar voor de zekerheid zijn we toch maar snel de winkel uitgegaan en het beloofde drinken met wat lekkers gaan doen.Met mijn ene hand in zijn kraag en de andere als bankschroef om z'n bovenarm
Mijn planning was weer eens briljant,want juist deze zaterdag moest manlief overwerken dus die was tot half 3 niet thuis en oppas moeten we even heel zuinig mee omgaan omdat er nog een heleboel feestjes en avondjes theater gepland staan.
De middelste was gewoon naar de zorgboerderij dus ik dacht we maken er een staddagje van.Eerst met 2 grote hulpen naar de Aldi dan knikkers kopen,even naar de Albert Heijn en dan een broodje in de stad.Kids lekker bezig houden en toch doen wat je moet.
En zowaar het ging goed.Er zijn geen grote ongelukken gebeurt en alles is heel gebleven. Oke, de jongens waren tikkertje aan het spelen tussen de benen van de bejaarden die altijd in grote getalen in de Aldi rondhangen door.Maar ze lieten niemand struikelen en alle artikelen lagen nog netjes op hun plek en niet in mijn karretje.Ik was super tevreden.Op naar de intertoys.
Nou dat ging goed joh.Vlak voor we naar binnen gingen zei ik nog tegen Jongste:"En nu gaan we overal aanzitten he.en door de winkel rennen en alles pakken,uitproberen en openen toch?" "Nee joh mam dat mag niet" en daar hield ie zich aan.
Vol lof en goede moed over zoveel beheersing naar de Appie.Heren verteld dat ze naar de videohoek mochten en dat ik ze daar weer kwam halen als ik ging afrekenen.Heerlijk relaxed m'n boodschappen in m'n mandje aan het gooien als ik een jongeman in een rolstoel voorbij zie komen en meteen daarna hoor:"Wat een mooie stoel.Hoe werkt die?"Hup,meteen de hoogste versnelling erop en even controleren.Ja hoor...daar stond Jongste.Even inschatten,ja deze jongeman kan het hebben en vindt het zelfs leuk zo'n openlijk nieuwsgierig jong.Heb gemeld dat als hij Jongste zat was hij er maar gewoon overheen moest rijden met de rolstoel kon het jong meteen de onderkant ook even bekijken.
Maar voor deze mama was het duidelijk,nu moet er worden opgeschoten want Jongste verveelt zich en je weet maar nooit wat ie dan tegen komt.
Helaas moet je op zaterdagen niet willen opschieten.Dat werkt niet.Na de rij bij de kassa doorgekomen te zijn op naar de balie om rookwaar voor opa te halen.Daar stond iemand voor me die iets heel erg ingewikkelds wilde,denk ik.Het nam in ieder geval een boel tijd in beslag.Jongste begon al behoorlijk aan me te hangen en tegen me aan te praten over van alles en nog wat.Toen probeerde hij een gesprek te voeren met de mensen achter ons.Maar blijkbaar waren die ook niet vrolijk want daar kreeg hij geen antwoord van.Ik speur even om me heen om Oudste te spotten en draai weer terug.Direct gaat er een alarm af.Overal vandaan komt er personeel aan hollen.Heb jij gedrukt?nee, zij misschien?nee, hij dan?Er wordt gebeld en er komt nog meer personeel.Jongste trekt aan mijn mouw en zegt heel zachtjes:"ik heb het gedaan."Niet begrijpend kijk ik hem aan en vraag:"Wat jochie?" "Op dat rode knopje gedrukt."
Nog steeds Roept het personeel elkaar van alles licht verwijtend toe.Toen was er iemand helder en vroeg:"Maar wie heeft er dan het brandalarm ingeschakeld door op deze rode knop te drukken?" Voorzichtig stak het mannetje naast mij zijn hand op.Tja met een lichte kleur maar geroepen:"Dit mannetje hier."Nog nooit zulke stomverbaasde en verbijsterde koppen gezien. Trouwens ook niet zo snel zoveel personeel.Gelukkig zag de man in charge er wel humor in.Na een sorry van Jongste was alles goed maar voor de zekerheid zijn we toch maar snel de winkel uitgegaan en het beloofde drinken met wat lekkers gaan doen.Met mijn ene hand in zijn kraag en de andere als bankschroef om z'n bovenarm
Brand
Het is nog erg vroeg als ik wakker word van Paul die uit het bed springt. Ik hoor een raar knisperend geluid. Vervolgens hoor ik Paul hartgrondig vloeken en hij roept:”De schuur staat in de fik!” Ik spring uit bed en trek snel mijn joggingbroek, fleecevest en slippers aan. Ondertussen hoor ik Jasper de zoldertrap afkomen. Wanneer ik de deur open doe, vraagt hij wat er aan de hand is. Ook Karsten komt de zoldertrap af. Hij lijkt meer aangeslagen en in de war. Zo rustig mogelijk vertel ik dat de schuur in brand staat. Ik loop achter Paul aan naar beneden.
Onderaan de trap doet Paul voorzichtig de deur naar de keuken open. Gelukkig, alleen de schuur brand. Ik neem Jasper en Karsten mee naar hun kamers om ze kleren te geven. Ik wil ze deze over hun pyjama aan laten trekken maar ze begrijpen me niet helemaal. Ik verander van plan en neem de jongens en hun kleren weer mee naar beneden. Als het nodig is kunnen we tenminste meteen naar buiten.
Een wijs besluit blijkt al snel want wanneer we weer beneden zijn horen we het glas in de keuken kozijn knappen. Ik bel 112 en dirigeer de jongens naar de deur. Ik grijp de hamsterkooi en geef deze aan Karsten die niet van mijn zijde wil wijken. Ik zie dat Jasper de voordeur al open heeft en zie Jeroen en Wendy voor de deur staan. Karsten geeft de hamsterkooi aan Wendy en Jasper en Jeroen pakken samen de caviakooi. Ik roep Kira die nog steeds boven ligt en loop ook naar buiten. Daar staan nu twee buurvrouwen die vragen of iedereen al uit het huis is. Ik kijk om en zie Paul aan komen lopen. Iedereen is er dus.
Ik krijg van Paul mijn laptop en de externe harde schijf in mijn handen geduwd. Ik weet dat de kinderen en de dieren bij Jeroen en Wendy zijn dus ook ik ga daar naar toe. Terwijl ik daar naar toe loop komt Wendy op me af lopen. Ze zwaait met haar telefoon en roept: “Als ik je bel moet je GVD opnemen!” Mijn antwoord is berenuchter:”Sorry meid, ik was effe druk bezig.” Ik vervolg mijn weg naar hun huis en zie een andere buurman. Hij lijkt paniekerig en wil weten of iedereen in veiligheid is. Het feit dat dat zo is lijkt hem wat te kalmeren.
Ik loop door om mijn lading veilig te stellen en te kijken hoe het met de jongens is. Ondanks de paniek die er kort daarvoor toch even door hun lijf gierde zitten ze relatief rustig op de bank. Jasper zit met de Ipad te spelen en Karsten heeft een Nintendo gevonden. Wendy komt weer binnen en ik besluit weer naar buiten te gaan.
Buiten zijn er al veel mensen op straat. Bijna alle buren zijn staan er. Iemand vertelt me dat Paul en Jeroen bij de buren zijn om de bejaarde buurman uit bed en naar beneden te helpen. Plotseling zie ik een agent rennen. Hij springt dwars door de bosjes terwijl hij in zijn portofoon schreeuwt:”Hierheen! De brand slaat over op een woonhuis. Eerst naar de Jan Mankeshof!” Ik sta er bij, ik kijk ernaar, ik hoor alles wat er gebeurd maar alles is zo onwerkelijk. Ik realiseer me dat ik niks anders voel dan verbijstering. Ik voel geen verdriet, geen onmacht, geen angst, geen paniek. Enkel en alleen verbijstering.
Ik loop wat tussen de mensen door en kom een man die iets verderop woont tegen. Hij heeft ook iets verbijsterds over zich. Hij heeft het erover dat het zo raar is dat na vele jaren nu weer hetzelfde huis in brand staat (jaren geleden heeft er in onze woning een binnenbrand gewoed) Dan maakt hij een opmerking die inslaat als een bom.”Er zijn 4 branden hier in de wijk hè. En allemaal schuurtjes.”
Met dat hij het zegt besef ik wat het betekend. De brand is geen ongeluk door kortsluiting ofzo, het is aangestoken. Ik ben enorm ontzet. Hoe haalt iemand het in zijn hoofd om die schuur in brand te steken? Een schuur op anderhalve meter van een woonhuis waar een gezin ligt te slapen. In een rij huizen waar allemaal mensen liggen te slapen. Wat bezielt iemand om ons zo in gevaar te brengen? Beseft zo iemand wel hoe dit had kunnen aflopen als we niet zo snel wakker waren geworden of als we nog de oude kozijnen hadden gehad. Want dat we alle geluk van de wereld hadden dat we allemaal met alle huisdieren veilig en wel naar buiten waren gekomen besefte ik al wel. En ondertussen stonden er dus 6 gezinnen buiten op straat af te wachten of de brand zou doorslaan naar het dak waardoor de hele rij huizen gevaar liep. Had zo iemand daar überhaupt 1 seconde aan gedacht?
Want ondertussen is de brandweer gearriveerd, hebben Paul en Jeroen de oude buurman zijn huis uitgepraat en controleert politie of iedereen in het rijtje uit huis is. Ik zie een agent bij het hoekhuis met een zaklantaarn naar binnen schijnen. Ik loop naar hem toe om te vertellen dat deze mensen al uit huis zijn en op de hoek van het andere rijtje binnen zijn. De agent zegt dat hij eigenlijk op zoek is naar de bewoners van 101, of ik weet waar die zijn. Nou dat treft, ik ben er 1 van en daar loopt de andere. Ik roep Paul erbij en er wordt ons gevraagd te vertellen wat er gebeurd is. We doen ons verhaal en vragen de agent of het klopt dat er nog meer branden zijn. De agent beaamt dit en vertelt dat hij niet eens uit Meppel komt maar uit Emmen. Hij bevestigt wat we dan al vermoeden. Vier brandmeldingen binnen een half uur, dan hoef je niet van toeval uit te gaan, dan is het vrijwel zeker dat er opzet in het spel is. Op dat moment voel ik een woede in me opkomen die zijn grenzen niet kent. Ik ben ziedend, razend, witheet!
Ondertussen is de straat volgestroomd met mensen. Ik verbaas mij erover hoeveel mensen er ’s morgens om 6 uur de straat op gaan om in de buurt naar een brand te gaan kijken. Er staan zelfs mensen met kleine kinderen tussen. Dit maakt me nog kwader. Ze maken er een gezinsuitje van om lekker naar de ellende van een ander te gaan kijken. Maar het is wel ons huis, het is onze ellende waar ze zich zo aan vergapen!
Op een gegeven trek ik het niet meer en loop bij Wen en Joen naar binnen om een kop koffie te scoren. De jongens zitten hele gesprekken te voeren met de buurman van de hoek. Dat gaat dus wel goed. Ik ga in de tuin zitten om nog maar weer een sigaret te roken. Vanaf daar kan ik zien dat het vuur onder controle is. Ik zie geen vlammen meer boven de schutting uitkomen.
Als we even later weer buiten de poort komen lijkt het of de brandweer is begonnen met opruimen. We vragen de officier van dienst hoe het er voor staat en hij beaamt dat de brand geblust is. Er is wel veel schade maar ze hebben de brand goed onder controle kunnen houden waardoor het niet naar binnen is geslagen. Ik voel een kleine opluchting. Misschien valt het allemaal wel mee.
Een paar minuten later zien we een man praten met de officier van dienst. Deze man is duidelijk op zoek naar ons. We lopen naar hem toe en stellen ons voor. Het blijkt een man te zijn van de stichting Salvage, een stichting van verzekeraars die in actie komt bij brandmeldingen om mensen te helpen met de directe gevolgen van een brand. Hij stelt voor het huis even te bekijken en vraagt of we daarna ergens even rustig kunnen zitten. Wen en Joen bieden meteen hun huiskamer aan.
We gaan ons huis binnen en het wordt me al snel duidelijk. Hier is meer schade dan we hadden verwacht. Ik begin te vermoeden dat dit wel eens een langer verhaal kan gaan worden. We gaan naar het huis van Wen en Joen en als we zitten legt de man nogmaals uit wat hij precies komt doen. Hij laat ons vertellen wat er is gebeurt, informeert naar de kinderen( die nu enorm aan het stuiteren zijn gegaan) en hoe het met ons is. Vervolgens zegt hij wat ik al vreesde:”ik denk dat we eerst maar eens opvang voor de eerste dagen moeten regelen want hier kunnen jullie de eerste 10 weken nog niet weer in.” En zonder dat wij dat op dat moment beseften was die zin het startsein van heel veel regelwerk.
Onderaan de trap doet Paul voorzichtig de deur naar de keuken open. Gelukkig, alleen de schuur brand. Ik neem Jasper en Karsten mee naar hun kamers om ze kleren te geven. Ik wil ze deze over hun pyjama aan laten trekken maar ze begrijpen me niet helemaal. Ik verander van plan en neem de jongens en hun kleren weer mee naar beneden. Als het nodig is kunnen we tenminste meteen naar buiten.
Een wijs besluit blijkt al snel want wanneer we weer beneden zijn horen we het glas in de keuken kozijn knappen. Ik bel 112 en dirigeer de jongens naar de deur. Ik grijp de hamsterkooi en geef deze aan Karsten die niet van mijn zijde wil wijken. Ik zie dat Jasper de voordeur al open heeft en zie Jeroen en Wendy voor de deur staan. Karsten geeft de hamsterkooi aan Wendy en Jasper en Jeroen pakken samen de caviakooi. Ik roep Kira die nog steeds boven ligt en loop ook naar buiten. Daar staan nu twee buurvrouwen die vragen of iedereen al uit het huis is. Ik kijk om en zie Paul aan komen lopen. Iedereen is er dus.
Ik krijg van Paul mijn laptop en de externe harde schijf in mijn handen geduwd. Ik weet dat de kinderen en de dieren bij Jeroen en Wendy zijn dus ook ik ga daar naar toe. Terwijl ik daar naar toe loop komt Wendy op me af lopen. Ze zwaait met haar telefoon en roept: “Als ik je bel moet je GVD opnemen!” Mijn antwoord is berenuchter:”Sorry meid, ik was effe druk bezig.” Ik vervolg mijn weg naar hun huis en zie een andere buurman. Hij lijkt paniekerig en wil weten of iedereen in veiligheid is. Het feit dat dat zo is lijkt hem wat te kalmeren.
Ik loop door om mijn lading veilig te stellen en te kijken hoe het met de jongens is. Ondanks de paniek die er kort daarvoor toch even door hun lijf gierde zitten ze relatief rustig op de bank. Jasper zit met de Ipad te spelen en Karsten heeft een Nintendo gevonden. Wendy komt weer binnen en ik besluit weer naar buiten te gaan.
Buiten zijn er al veel mensen op straat. Bijna alle buren zijn staan er. Iemand vertelt me dat Paul en Jeroen bij de buren zijn om de bejaarde buurman uit bed en naar beneden te helpen. Plotseling zie ik een agent rennen. Hij springt dwars door de bosjes terwijl hij in zijn portofoon schreeuwt:”Hierheen! De brand slaat over op een woonhuis. Eerst naar de Jan Mankeshof!” Ik sta er bij, ik kijk ernaar, ik hoor alles wat er gebeurd maar alles is zo onwerkelijk. Ik realiseer me dat ik niks anders voel dan verbijstering. Ik voel geen verdriet, geen onmacht, geen angst, geen paniek. Enkel en alleen verbijstering.
Ik loop wat tussen de mensen door en kom een man die iets verderop woont tegen. Hij heeft ook iets verbijsterds over zich. Hij heeft het erover dat het zo raar is dat na vele jaren nu weer hetzelfde huis in brand staat (jaren geleden heeft er in onze woning een binnenbrand gewoed) Dan maakt hij een opmerking die inslaat als een bom.”Er zijn 4 branden hier in de wijk hè. En allemaal schuurtjes.”
Met dat hij het zegt besef ik wat het betekend. De brand is geen ongeluk door kortsluiting ofzo, het is aangestoken. Ik ben enorm ontzet. Hoe haalt iemand het in zijn hoofd om die schuur in brand te steken? Een schuur op anderhalve meter van een woonhuis waar een gezin ligt te slapen. In een rij huizen waar allemaal mensen liggen te slapen. Wat bezielt iemand om ons zo in gevaar te brengen? Beseft zo iemand wel hoe dit had kunnen aflopen als we niet zo snel wakker waren geworden of als we nog de oude kozijnen hadden gehad. Want dat we alle geluk van de wereld hadden dat we allemaal met alle huisdieren veilig en wel naar buiten waren gekomen besefte ik al wel. En ondertussen stonden er dus 6 gezinnen buiten op straat af te wachten of de brand zou doorslaan naar het dak waardoor de hele rij huizen gevaar liep. Had zo iemand daar überhaupt 1 seconde aan gedacht?
Want ondertussen is de brandweer gearriveerd, hebben Paul en Jeroen de oude buurman zijn huis uitgepraat en controleert politie of iedereen in het rijtje uit huis is. Ik zie een agent bij het hoekhuis met een zaklantaarn naar binnen schijnen. Ik loop naar hem toe om te vertellen dat deze mensen al uit huis zijn en op de hoek van het andere rijtje binnen zijn. De agent zegt dat hij eigenlijk op zoek is naar de bewoners van 101, of ik weet waar die zijn. Nou dat treft, ik ben er 1 van en daar loopt de andere. Ik roep Paul erbij en er wordt ons gevraagd te vertellen wat er gebeurd is. We doen ons verhaal en vragen de agent of het klopt dat er nog meer branden zijn. De agent beaamt dit en vertelt dat hij niet eens uit Meppel komt maar uit Emmen. Hij bevestigt wat we dan al vermoeden. Vier brandmeldingen binnen een half uur, dan hoef je niet van toeval uit te gaan, dan is het vrijwel zeker dat er opzet in het spel is. Op dat moment voel ik een woede in me opkomen die zijn grenzen niet kent. Ik ben ziedend, razend, witheet!
Ondertussen is de straat volgestroomd met mensen. Ik verbaas mij erover hoeveel mensen er ’s morgens om 6 uur de straat op gaan om in de buurt naar een brand te gaan kijken. Er staan zelfs mensen met kleine kinderen tussen. Dit maakt me nog kwader. Ze maken er een gezinsuitje van om lekker naar de ellende van een ander te gaan kijken. Maar het is wel ons huis, het is onze ellende waar ze zich zo aan vergapen!
Op een gegeven trek ik het niet meer en loop bij Wen en Joen naar binnen om een kop koffie te scoren. De jongens zitten hele gesprekken te voeren met de buurman van de hoek. Dat gaat dus wel goed. Ik ga in de tuin zitten om nog maar weer een sigaret te roken. Vanaf daar kan ik zien dat het vuur onder controle is. Ik zie geen vlammen meer boven de schutting uitkomen.
Als we even later weer buiten de poort komen lijkt het of de brandweer is begonnen met opruimen. We vragen de officier van dienst hoe het er voor staat en hij beaamt dat de brand geblust is. Er is wel veel schade maar ze hebben de brand goed onder controle kunnen houden waardoor het niet naar binnen is geslagen. Ik voel een kleine opluchting. Misschien valt het allemaal wel mee.
Een paar minuten later zien we een man praten met de officier van dienst. Deze man is duidelijk op zoek naar ons. We lopen naar hem toe en stellen ons voor. Het blijkt een man te zijn van de stichting Salvage, een stichting van verzekeraars die in actie komt bij brandmeldingen om mensen te helpen met de directe gevolgen van een brand. Hij stelt voor het huis even te bekijken en vraagt of we daarna ergens even rustig kunnen zitten. Wen en Joen bieden meteen hun huiskamer aan.
We gaan ons huis binnen en het wordt me al snel duidelijk. Hier is meer schade dan we hadden verwacht. Ik begin te vermoeden dat dit wel eens een langer verhaal kan gaan worden. We gaan naar het huis van Wen en Joen en als we zitten legt de man nogmaals uit wat hij precies komt doen. Hij laat ons vertellen wat er is gebeurt, informeert naar de kinderen( die nu enorm aan het stuiteren zijn gegaan) en hoe het met ons is. Vervolgens zegt hij wat ik al vreesde:”ik denk dat we eerst maar eens opvang voor de eerste dagen moeten regelen want hier kunnen jullie de eerste 10 weken nog niet weer in.” En zonder dat wij dat op dat moment beseften was die zin het startsein van heel veel regelwerk.
Abonneren op:
Posts (Atom)



