zaterdag 23 maart 2013

De Zee


Onderstaand blog is vijf jaar oud maar nog steeds roept het veel emotie op. Hoewel het voor verbetering vatbaar is heb ik er voor gekozen de oorspronkelijke versie te plaatsen omdat de oprechtheid waarmee het geschreven mij nog steeds diep raakt.


Toen de jongens nog heel klein waren had ik vaak het gevoel dat ik een beetje ronddobberde in de zee van het leven. We lagen op koers naar vast land. Naar mate ze groter werden werd het meer meedrijven op de stroom. Maar op een gegeven moment begonnen er meerdere stromingen te ontstaan die mij allemaal probeerden mee te trekken. Ik moest gaan watertrappelen om niet meegevoerd te worden door deze stromingen.
De stromingen werden sterker en sterker. Ze begonnen harder en harder te trekken. Met veel moeite en heel hard door trappelen bleef ik boven, maar het water steeg me tot de lippen. Ik dreef steeds verder weg van het vaste land. 
Na de diagnose van Jasper bleven de stromingen verschillende richtingen op te gaan. En allemaal verwachtten ze dat ik mee zou drijven. Het watertrappelen werd moeilijker en zwaarder. Mijn krachten begonnen af te nemen. Ik riep om hulp. Eerst zachtjes omdat ik vond dat ik zelf de stromingen wel kon ombuigen. Maar toen dit niet mogelijk bleek te zijn begon ik harder te roepen. 
Er werden handen naar me uitgestoken. Sommige handen durfde ik niet te pakken omdat ik niet wist hoe ze me zouden kunnen helpen. Andere handen pakte ik voorzichtig aan omdat ik niet wist hoe ik er mee om moest gaan. En sommige handen greep ik stevig beet. Helaas waren deze handen alleen tot macht me even boven het water uit te tillen om me naar lucht te laten happen. 
Er kwam een vloed opzetten. Totaal wanhopig besloot ik dat ik ging proberen te zwemmen. Geen van de handen bleek in staat mij drijvende te houden. Het werd tijd dat ik het zelf ging doen. 
Ik probeerde vele slagen uit. Het ging moeizaam. Zo moeizaam dat ik eraan begon te denken het op te geven. Laat de stromingen mij maar meesleuren. Laat mij maar verdrinken. Ik ben zo moe, ik ben aan het eind van mijn krachten, ik wil niet meer zwemmen. Het vaste land leek verder weg dan ooit. Ik geloofde er niet eens meer in dat er zoiets bestond als vaste grond onder de voeten. 
Toen zag ik weer al die uitgestoken handen. Handen die mij vertelden dat ik niet moest opgeven. Ik was zo goed begonnen met zwemmen. Er was alleen nog veel oefening nodig om het te automatiseren. Steeds als ik dreigde kopje onder te gaan kwam er weer een hand om mij even boven water te houden. En uitgeput als ik was, greep ik alle handen die mij toegestoken werden. Ik maakte me niet meer druk over hoe om te gaan met deze handen, hoe ze me zouden kunnen helpen of voor hoelang ze me lucht zouden kunnen geven. Ik was allang blij dat ze me wilden helpen. 
Ik merkte dat het klopte. Mijn zwemslagen werden sterker, mijn uithoudingsvermogen groter en hoe langer ik doorging des te beter werd het resultaat. En op een dag merkte ik dat het zwemmen vanzelf ging. Ik hoefde niet meer over elke slag na te denken wat ik wanneer dan ook alweer moest doen. Ik ging niet meer kopje onder in de stromingen. 
Toen gebeurde er iets heel bijzonders. Tijdens het zwemmen merkte ik dat er rust kwam in het water. Het werd eb en er viel een klein stukje grond droog. Dankbaar kroop ik erop. Ik dacht dat ik het gehaald had. ik had vaste grond onder mijn voeten en was niet van plan hier ooit weer vandaan te komen. 
Maar het getij verliep en de vloed kwam weer opzetten. De vloed met zijn verraderlijke stromingen. Ik lag weer in het water. Paniek sloeg toe. Dit wil ik niet. ik wil niet meer in het water. Ik wil terug naar mijn vaste grond. Maar hoe ik ook keek en zocht de grond was verdwenen in de vloed. 
Het water dreigde mij weer mee te sleuren tot ik mij plots alle uitgestoken handen herinnerde. De gedachte aan deze handen sterkten mij. Zij hadden mij verteld dat ik wel kon zwemmen en als ik dat nou maar gewoon deed zou ik de vloed wel overleven. Voorzichtig groeide er vertrouwen in eigen kunnen en kracht .Ik begon weer te zwemmen. Maar nu veel te hard en wild. Al snel raakte ik uitgeput. Ik greep maar weer eens naar een van de handen. Deze begeleidde mij, vertelde mij wat ik goed deed maar waarschuwde mij ook als ik teveel en te hard wilde. Langzamerhand leerde ik luisteren naar de zee en mijn eigen ik daarin. Daar lagen alle aanwijzingen hoe ik moest zwemmen, hoe hard en ook in welke richting. 
Ik besloot mij niet langer te verzetten tegen het getij maar het te ondergaan, te voelen en te horen. Ik leerde te rusten op de grond als het eb was en te zwemmen als de vloed kwam. Ik merkte dat het veel minder moeilijk was dan ik dacht. Ja de stromingen in de vloed gingen nog steeds ernstig te keer en stroomden alle kanten op onderweg proberend alles met zich mee te trekken. Maar als ik gewoon doorzwom en mijn slagen aanpaste aan de stroming kwam ik toch vooruit. Natuurlijk kost het nog steeds veel kracht en zwemtechniek. en ja, soms ben ik het zwemmen echt wel beu maar ik weet nu dat het altijd weer eb wordt en dat ik dan weer grond onder mijn voeten heb. Dan kan ik weer bijkomen, uitrusten en genieten van het gevoel even op mijn benen te kunnen staan. Dat geeft kracht en vertrouwen waardoor de vloed minder afschrikwekkend wordt en ik niet meer terugdeins voor de eventuele stromingen. 
De gedachte aan het vaste land is niet verdwenen. Het zal er ongetwijfeld zijn en de koers staat nog altijd die kant uit, maar voorlopig kijk ik alleen maar naar de stukken drooggevallen land als het weer eb is. Ooit zullen we het vaste land bereiken maar niet zonder slag of stoot. 
Toch blijf ik vertrouwen houden. Want het getij valt niet te stoppen. Wat dus betekent dat de vloed altijd zal komen maar ook dat het altijd weer eb wordt. 

dinsdag 19 maart 2013

een klein gansje op weg naar Utrecht

Zaterdagochtend ben ik al vroeg wakker.Niet zo zeer van de zenuwen maar meer van het stuiterende gevoel van opwinding.Na weken van voorbereiding en er naar toeleven is het vandaag zover,ik ga naar Utrecht om een paar zeer dierbare hyvesvriendinnen in het echt te ontmoeten.Carla en Marian zal ik in de trein ontmoeten en dan samen naar Iris toereizen.Ik heb energie voor drie ,zoveel zin heb ik er in. 
Op het uitzoeken van wat foto’s na,is alles goed voorbereid.Ik zit dan ook mooi op tijd op mijn fiets.Terwijl ik het station nader zie ik dat mijn planning weliswaar goed is maar toch wat krapjes.Ik heb nog precies genoeg tijd om mijn fiets te parkeren en een kaartje te kopen.Ik maak nog wat extra vaart en zwier de fietsenstalling binnen.Ik zet mijn fiets op slot en wil met een elegante zwaai mijn tas vanuit mijn fietstas op mijn schouder te zwaaien.Maar helaas,midden in de prachtige zwaai schiet het schouderhengsel los.Op zijn kop beschrijft hij een prachtig sierlijke boog.Jammer dat ik hem niet dicht had gedaan waardoor de hele inhoud op de grond belandt. 
Snel grabbel ik alles bij elkaar,prop het een stuk minder elegant weer allemaal in de tas en zet er een stevige pas in.O jee,de trein staat er al.Geen tijd meer om een kaartje te kopen.Ik storm de trap af en weer op en sprint de trein in.Voor ik goed en wel zit vertrekt deze al.Op hete kolen zie ik de conducteur meerdere keren langskomen.Maar gelukkig stelt ze geen enkele belangstelling voor het controleren van de plaatsbewijzen.Ik neem mij heilig voor om in Zwolle eerst een kaartje te kopen want prettig zitten vind ik het niet als zwartrijder. 
Ondertussen ontvang ik wat sms-jes dat de andere dames veilig in de trein zitten.Ik informeer of ze in Zwolle koffie willen hebben als ik plotseling zie dat ik in een stiltecoupé ben beland.Nou ja,blik op oneindig,telefoon diep in de tas en net doen alsof je gek bent.Gelukkig is mijn smstoontje redelijk onopvallend.Al is het wel opvallend dat meerdere mensen in de coupé plotseling het fluitdeuntje uit Kill Bill beginnen te fluiten. 
Heelhuids en zonder boete bereik ik Zwolle.Ik loop direct door naar de kaartautomaat.Vervolgens koop ik 3 koppen koffie.Ze hebben geen meeneemtraytjes dus ik zal ze moeten stapelen.Ik heb nog wat tijd over want ik moet niet de eerste trein naar Utrecht hebben maar degene die 4 minuten later vertrekt.Ik kijk even rond,zie een mooi opstand randje,zet de koffie neer en steek een sigaret op. 
Genietend van de nicotine zie ik een spoorwegbeambte op me af komen.Wat moet die dan?Ach,het is mooi weer,ik heb een leuke dag in het vooruitzicht,wat kan mij het toch schelen?Ik zet mijn vriendelijkste glimlach op en begroet de man.Samenzweerderig steekt hij zijn hoofd uit en zegt zachtjes:Weet je wat het je kan kosten dat je hier staat te roken?Uh nee,ik heb geen enkel idee,helemaal niet omdat ik niet wist dat je hier niet mag roken.Nou dat kan je een boete van 60 euro opleveren want je moet daar(20 meter verderop) roken. 
Ik heb mijn koffie maar weer opgestapeld en ben met sigaret netjes naar de aangegeven plaats gelopen. 
Toen ik klaar was heb ik mijn koffie weer verzameld en liep naar het perron.De eerste trein vertrok net dus ik was mooi op tijd.Carla had mij het coupénummer doorgegeven waarin ze zaten dus dat werd een makkie om de dames te vinden. 
De trein komt aanrijden en ik probeer de nummers van de treinstellen te ontcijferen.Ik zie dat er tussen 2 treinstellen geen doorloopverbinding is dus ik besluit eerst het treinstel voor de koppeling te controleren.Dit is niet de goede,dus ik loop terug naar de deuren voor de verbinding.Hier stappen nog wat mensen uit en net op het moment dat ik met mijn stapeltje koffie wil gaan instappen gaan de deuren dicht.Zo snel mogelijk maak ik een hand vrij om op de knop te rammen maar de deuren blijven dicht.Nogmaals ram ik met gepast geweld op de knop met als resultaat dat de deuren dicht blijven.Ik begin te roepen dat ik mee moet maar helaas,de trein begint te rijden,mij totaal verbijsterd met 3 koffie achterlatend. 
Daar sta je dan met je goede planning,nette gedrag en koppen koffie.Er ontsnapt mij een enorme vloek die de aandacht van een conducteur trekt.Het huilen staat mij nader dan het lachen.Hij probeert mij gerust te stellen.Zo erg is het niet volgens hem want over 4 minuten vertrekt er nog een trein naar Utrecht.Ook dit is een intercity dus ik zal 4 minuten later in Utrecht arriveren. 
En inderdaad .Nog voor de man is uitgeproken komt de volgende trein al aanrijden.Ik ben ingestapt,heb 2 koffie aan reizigers die al in de trein zaten gegeven en ben gaan zitten.Eerst Carla en Marian maar even bellen.Daar zit de stemming er al goed in.Carla komt nauwelijks meer bij van het lachen.Die zag al helemaal voor zich hoe ik voor die dichte deuren had gestaan met mijn kopjes koffie. 
Moederziel alleen ga ik dus naar Utrecht.Gelukkig weet ik het ontmoetingspunt dus ik zeg tegen Carla dat ze me daar zullen ontmoeten. 
Na een toch wel comfortabele reis(dankzij de in een opwelling meegenomen oordopjes voor de telefoon) kom ik aan in Utrecht.Ik ga met de roltrap naar boven en bevind mij in een enorme stationshal.Nogal indrukwekkend voor een meisje uit de provincie.Ik begin zoekend rond te kijken.Iris,Carla en Marian zouden onder een megagroot blauw bord met aankomst- en vertrektijden staan.Maar hoe ik ook rond kijk,ik zie alleen maar reclameborden en perronverwijzingen.Ik besluit rond te gaan lopen.Misschien kom ik dan vanzelf wel iets tegen wat op een groot blauw bord lijkt.Het duurt nog een aantal minuten voor ik een heldere ingeving krijg.Als ik nou eens stil zou gaan staan en proberen nog wat hoger te kijken dan al die andere borden.Verrek,daar hangt een groot blauw bord.Zo groot dat ik me even afvraag hoe ik dat de eerste drie keren dat ik rondtuurde had kunnen missen. 
Ik loop er naar toe en zag 3 dames staan die me vaag bekend voorkwamen.Jahaaa,ik heb Carla,Iris en Marian gevonden.Het dagje pret kan nu echt beginnen. 

zaterdag 9 februari 2013

Passend



Vier jaar geleden maakte ons eerste kind de overstap naar Speciaal Onderwijs. Geen beslissing die we licht hebben genomen maar een zorgvuldige afweging wat dit kind nodig had en waar dit geboden kon worden. Het Speciaal Onderwijs was een verademing voor hem. Klassen met maximaal 14 kinderen en alle dagen twee hiervoor opgeleide mensen in de klas. Een iemand met een PABO-opleiding aangevuld met een opleiding voor het begeleiden van bijzondere kinderen en een iemand met een HBO-opleiding op pedagogisch gebied. En in iedere groep een stagiaire van een van deze HBO-opleidingen.Een ideale omgeving voor kinderen die net wat extra’s nodig hebben op school.
Het jaar erna was al iets minder ideaal. Er moest bezuinigd worden en in alle wijsheid hadden de mensen van bovenaf besloten dat dat het makkelijkste kon door te bezuinigen op de hoogste kostenpost, de personeelskosten. In plaats van 5 dagen in de week was er nu nog maar 3 dagen in de week extra ondersteuning.
Nog weer een jaar later kwamen de plannen voor Passend Onderwijs. Op papier een mooi concept. Onderwijs op maat voor elke leerling, met als belangrijkste doelstelling zoveel mogelijk kinderen in het regulier onderwijs te houden. Maar daar moest natuurlijk wel geld voor vrijgemaakt worden. Men vond het logisch dit te halen op de plek waar men uiteindelijk minder geld nodig zou hebben omdat er minder leerlingen naar toe zouden gaan komen, het Speciaal Onderwijs. En natuurlijk werd dat weer gehaald bij de hoogste kostenpost, het personeel. De 3 dagen ‘extra’ ondersteuning werden teruggebracht naar 3 dagdelen. De druk op de leerkracht en op de stagiaires nam toe en toe. En nog vonden de wijze mensen dat er nog wel wat bezuinigd kon worden. Het resultaat is dat het aantal leerlingen per klas omhoog moet. Dit jaar al is het maximaal aantal leerlingen per groep toegenomen tot 16 en hoogstwaarschijnlijk zal dit aantal volgend kaar nog verder omhoog moeten om te kunnen voldoen aan de eerder opgelegde bezuinigingsrondes. Toen kwam het nieuws van het nieuwe kabinet. Er moest nog even 300 miljoen worden bezuinigd.
Mijn kinderen hebben geluk met hun zeer betrokken leerkrachten. Huisbezoeken worden afgelegd in hun vrije tijd. Handelingsplannen (verplicht!) worden geschreven en bijgewerkt op studiedagen omdat daar in werktijd geen tijd meer voor is. Mailcontact met ouders wordt gedaan vanuit huis, in eigen tijd wel te verstaan. Ieder mens kan bedenken dat ze geen flauw idee meer hebben hoe ze nog fatsoenlijk onderwijs kunnen bieden aan een groep zeer kwetsbare kinderen. Kinderen die het ondanks alle mooie praatjes over externe expertise (is er nauwelijks want half wegbezuinigd) en extra begeleiding op regulier (zie vorige punt) zich niet staande kunnen houden op regulier onderwijs. Geen wonder dat voor deze mensen de maat vol is. Er valt geen geld meer te halen bij het Speciaal Onderwijs. Niet zonder de kwaliteit van onderwijs nog verder onder druk te zetten.

Hamvraag




Ik ben een gezegend mens. Ik mag meerdere mensen tot mijn vrienden rekenen. Dicht bij huis zijn er een aantal mensen die mij heel dierbaar zijn. Iets verder weg zitten vrienden die ik heb leren kennen via social media. En dan zijn er nog wat vrienden die al heel wat jaren meegaan. Mensen die ik maar af en toe spreek maar met wie ik al heel wat van mijn leven deel en nog steeds mag delen.
Ik begeef mij dus in diverse vriendenkringen. Soms overlappen deze elkaar en maken sommige vrienden deel uit van meerdere van mijn vriendenkringen maar een groot deel van mijn vrienden heeft elkaar nog nooit ontmoet. En soms vind ik dat heel jammer. Op de momenten dat ik me dat realiseer kan ik wegzakken in plannenmakerij en gemijmer.
Wat nou als ik het een keer voor elkaar zou krijgen al deze bijzondere mensen bij elkaar te krijgen? En hoe zou ik dat dan doen? Zal ik ze allemaal uitnodigen voor een groot feest? Zal ik er een etentje van maken? Of zal ik een huisje afhuren en daar met iedereen een avond en nacht doorbrengen?
Het blijft altijd bij dagdromen en plannetjes maken. Misschien dat het er nog wel een keer van komt. En tegen die tijd zal ik antwoord krijgen op de hamvraag. Wat gebeurt er als al deze bijzondere mensen elkaar ontmoeten.

Vakantie op de boederij



Sinds jaar en dag gaan mijn jongste twee kinderen naar een zorgboerderij. En al vanaf de eerste dag met veel plezier. Alleen in vakanties stuitten we wel eens op wat weerstand om er naar toe te gaan. Ze vermaakten zich prima als ze er eenmaal waren, maar ze gingen steeds vaker onder protest heen. Dat dit voor niemand leuk was laat zich raden. Helaas waren er wat vakanties waarin manlief nachtdienst had en geen vrij kon krijgen. We zochten toevlucht tot het logeerhuis. Twee vakanties ging dit goed maar toen klonk het ons al bekende “Alweer????” weer volop. We gingen maar eens rond de tafel met de heertjes. Vakanties splitsen en verdelen tussen boerderij en logeerhuis bleek geen optie, maar per vakantie om en om konden ze wel mee akkoord gaan.
Toen het aanmeldformulier voor het logeerhuis voor deze periode kwam plande ik dan ook de voorjaarsvakantie niet in. Dat kon ook gemakkelijk want manlief had geen nachtdienst en ikzelf hoefde maar 1 ochtend te werken deze week. Ik wist dat we de aanmeldformulieren voor de boerderij altijd pas een paar dagen van te voren krijgen dus tegen die tijd konden we wel kijken wanneer en hoe vaak de jongens heen zouden gaan.
Vorige week kwam de mail voor de aanmelding met daarbij een programma voor de hele week. Sinds een aantal maanden is er namelijk een nieuwe leidinggevende op de afdeling kinderopvang gekomen en deze dame stroomt over van de leuke ideeën. Ik wist al dat ze voor de herfstvakantie een thema had bedacht maar voor deze vakantieweek had ze niet alleen een thema bedacht, ze had ook per dag een klein programma in elkaar gedraaid. Dit alles met het hoofdthema ‘wereldreis’. Alle dagen hadden drie onderdelen, te weten sport/spel, knutsel en eten/drinken. Elke dag had een ander land als thema en diende als leidraad voor de onderdelen van die dag. Zo was dinsdag het thema Italië en gingen de kinderen voetballen en natuurlijk pizza’s beleggen en opeten. Woensdag stond China centraal en stond er een Drakenspel op het programma en maakten de kinderen loempiaatjes. Ik was erg enthousiast over alle leuke dingen die ze hadden bedacht maar wist niet goed welke dagen ik moest uitkiezen voor de knullen. De enige dag die vaststond was de donderdag en de rest van de week moesten ze zelf maar kijken of ze heen wilden of niet.
Ik riep de middelste bij mij en vertelde hem over de mail. Toen ik hem liet lezen werd hij erg enthousiast. Zo enthousiast dat hij elke dag heen wilde. Gelukkig hebben we die ruimte in ons PGB dus ik kruiste voor hem alle dagen aan. Toen riep ik de jongste. Ik liet hem ook het verhaal lezen en hij was mogelijk nog enthousiaster. Ik stuurde dus maar een mailtje dat de jongens allebei alle dagen wilden komen.
Vandaag is de vierde dag dat de jongens naar de boerderij zijn. Tot nu toe zijn ze elke dag blij en vrolijk thuisgekomen, vol verhalen over de leuke dingen die ze hebben gedaan. Nog geen enkele ochtend hadden ze geen zin om vroeg op te staan. Integendeel. Voordat de bus komt hebben ze het al over wat ze die dag gaan doen. Het opdelen van de dag in 3 vaste onderdelen geeft veel structuur en houvast. Maar het allerfijnste vinden ze nog wel dat alle activiteiten nog steeds heel vrijblijvend zijn. Alles wordt aangeboden, maar ze mogen zelf kiezen of ze meedoen of lekker buiten gaan spelen. Vooral voor de middelste heel fijn want hij heeft een gruwelijke hekel aan knutsel- en priegelwerk.
Tevreden was ik altijd al over de opvang van de zorgboerderij. Het valt voor mij dan ook moeilijk te benoemen hoe blij ik ben met de nieuwe aanpak van de kinderopvang in de vakanties. Houd het er maar op, dat ik nu uitermate tevreden ben.

wil je mee?



Het is bijna twee jaar geleden. Ik heb al weken last van mijn rug maar de laatste paar dagen is het verergerd. Nadere inspectie vertelt mij dat ik scheef ben. Ergens zit er iets niet goed waardoor ik niet symmetrisch sta, zit en loop. Tijd om naar de huisarts te gaan dus. Ik ben een week of twee terug ook geweest maar toen enkel met pijn klachten. De huisarts snapt meteen al dat het verergerd moet zijn en kijkt zeer zorgelijk als ik naar hem toe hobbel. Na een kort onderzoek legt hij me uit waarom hij de stand van mijn rug zo zorgelijk vindt. Hij noemt de naam van een aandoening die bovengemiddeld vaak voorkomt bij mensen die, net als ik, de ziekte van Crohn hebben. Hij wil dat ik meteen doorga naar het ziekenhuis om foto’s te maken zodat zijn vermoeden bevestigd of ontkracht kan worden.
Goed twee uur later zijn de foto’s gemaakt en Paul en ik zijn net weer op weg naar de auto als ik een sms-je ontvang. Ik zie dat het een berichtje is van de buuf. Ze wist dat ik vanochtend naar de huisarts moest dus ik vermoed dat ze wil weten wat de uitkomst was. Ik open het sms-je en lees het. Mijn wenkbrauwen schieten omhoog van onbegrip. Wat is dit voor raar bericht? “Buum is door zijn rug gegaan. Wil jij met me naar de sauna?” Ik snap er niets van, denk zelfs even dat het een heel raar grapje is. Ik naar een sauna? Ik word al beroerd als de buitentemperatuur oploopt tot boven de 25 graden. En wat is dat nou voor wrange opmerking over door de rug gaan terwijl ik net onderzoeken heb ondergaan op een heel nare rugaandoening? Dan realiseer ik me dat ze niet eens weet dat ik naar het ziekenhuis ben doorgestuurd. Het was ook al helemaal niets voor haar om zo’n soort geintje te maken. Maar wat bedoelde ze dan toch met haar berichtje?
We zijn amper thuis als de poort wordt opengegooid en Buuf de tuin in komt stampen. Aan alles is te zien dat ze enigszins opgefokt is. Terwijl ze de keuken instapt begint ze al te praten. “Stom hè, dat dat nou net vandaag moet gebeuren. De vorige keer dat we naar de sauna gingen kneust hij de dag ervoor zijn enkel en nu gaat hij vanmorgen door zijn rug. Het zit helemaal vast, hij kan geen kant meer op. Maar ik heb 2 arrangementen gereserveerd. Ik heb al gebeld maar als we niet komen, moeten we toch een groot gedeelte betalen. Ik heb iedereen waarvan ik dacht dat ze wel mee wilden al gevraagd maar niemand kan mee. Wil jij wel?” Helemaal overdonderd en volledig verbouwereerd kijk ik haar aan. Hoewel ik wil zeggen:”Nee, natuurlijk niet!” haal ik even diep adem en vraag of ze eerst even een kop koffie wil. Ze ziet er namelijk uit alsof ze daar ernstig aan toe is.
Terwijl ik koffie zet overdenk ik de situatie. Ik merk dat ik twijfel. Ik vertel Buuf dat ze me nogal overvalt met haar vraag en of ik er nog even over na mag denken. Ik krijg 20 minuten van haar. Ze zit nu iets minder op hete kolen en ik vraag haar het hele verhaal nog eens te vertellen maar dan nu graag iets rustiger.
Terwijl ze vertelt schieten mijn gedachten heen en weer. Hoe zou het eigenlijk zijn, zo’n saunabezoek? Zou ik dat wel durven? Dat is gemakkelijk. Ja, het zal even een drempel zijn maar wel een die ik wel over durf. Zou ik wel tegen de warmte kunnen? Alsof iemand me dat van te voren kan vertellen. Wil ik dat eigenlijk stiekem toch wel? Daar lijkt het wel op. Zou ik zomaar op stel en sprong weg kunnen? Ik kijk naar Paul. Hij haalt zijn schouders op en zegt zo zonder woorden:”Als jij dit wilt ga je. Wij redden ons hier wel.”
Hoewel ik nog steeds wat aarzeling voel wint mijn nieuwsgierigheid naar een saunabezoek de strijd en een uur later zijn Buuf en ik onderweg naar mijn eerste sauna-ervaring. Het moge duidelijk zijn dat het me goed beviel aangezien ik sinds die eerst keer 4 à 5 keer per jaar een dagje doorbreng in een saunacomplex. Meer laten de agenda en de portemonnee helaas niet toe.

Met grote vreugde



Al weken is het een worsteling. Elke dag weer open ik vol goede moed mijn document en doe hard mijn best er een solide verhaal van te timmeren. Maar het wil niet vlotten. Geregeld verdwijnen er meer woorden in de prullenbak dan dat ik die dag heb geschreven. Na al dat werk staat de teller dan ook pas op 800 woorden. Veel te weinig natuurlijk. Nu moet er nog wel een staartstuk worden geschreven maar juist daar loopt het verhaal steeds weer op vast. Hoe kan ik hier op een logische manier een eind aan breien?
Ook gisteravond had ik het document weer openstaan maar de inspiratie wilde maar niet komen. Ik opende een ander document met een verhaal wat ik enkele weken terug heb geschreven. Dit verhaal had alles wat ik wilde. De sfeertekening was goed. Al direct in de inleiding was deze duidelijk neergezet. De gebeurtenissen waren uit het leven gegrepen en de emoties voelbaar. Maar dit was een verhaal wat nooit gepubliceerd mocht worden. Mijn kinderen kwamen er in voor op een manier die ik nooit wereldkundig zal maken. Niet in een publicatie.
Ik ging even naar buiten om te roken en mijn gedachten weer eens te ordenen. Terwijl ik daar mee bezig was, splitste zich een nieuwe gedacht af uit mijn continue stroom. Wat nou als ik de setting en sfeertekening eens gebruikte voor een ander persoon en de emoties aan een andere gebeurtenis koppelde? Er begint zich een idee te vormen in mijn hoofd. Snel maak ik mijn sigaret uit en ga weer achter het toetsenbord zitten. Het werkt. Als vanzelf rollen de woorden uit mijn toetsenbord en anderhalf uur later zet ik de laatste punt. Ik lees het verhaal nog een keer door en weet dat dit is waar ik naar op zoek was. Dit is wat ik wil met een verhaal.
Omdat ik nou eenmaal een tikje onzeker ben heb ik mijn verhaal ter beoordeling aan 2 vriendinnen gestuurd. Bijna direct krijg ik van de een de bevestiging van wat ik al dacht. Dit is het verhaal wat ik moet insturen. Hierin komt alles wat ik ben, denk en doe samen.
Dus met grote vreugde geef ik kennis van de geboorte van mijn keerpunt. Hoewel ik blij en trots ben houd ik hem voorlopig nog uit de publiciteit. Maar te zijner tijd mogen jullie allen er mee kennis maken.